Tekstballon

 

Diversiteit in de kinderopvang

Auteur: Ans Vermeulen, medewerker beleid en kwaliteit bij Koepel Kinderopvang Wageningen en lid van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang.

Wat is diversiteit in de kinderopvang?

Bij diversiteit in de kinderopvang gaat het erom kinderen vertrouwd te maken met verscheidenheid in brede zin en vandaaruit te versmallen naar aandacht voor concrete voorbeelden in de realiteit van de opvang.

Opvoeden betekent immers kinderen vertrouwd maken met de wereld om hen heen en hen voorbereiden op die wereld. En in die wereld zijn de verschillen tussen mensen een gegeven. Daarmee is opvoeden per definitie: kinderen leren omgaan met diversiteit.

Aandacht voor diversiteit komt bovendien alle betrokkenen ten goede, ook de ouders, de groepsleiding en gastouders.

Rechten van kinderen

Leren omgaan met diversiteit hangt samen met de rechten van kinderen. Leren omgaan met diversiteit in de kinderopvang heeft alles te maken met de kwaliteit van de opvang. Alleen als je kinderen vertrouwd maakt met diversiteit kun je problemen goed oplossen. Kinderen hebben recht op het ervaren van diversiteit omdat ze het recht hebben om te weten hoe de wereld in elkaar zit.

Brede of smalle benadering

Je kunt diversiteit heel breed of juist heel smal benaderen. Vaak zijn we geneigd het begrip diversiteit te versmallen tot etnische diversiteit. Kiezen voor een breder kader heeft risico’s in zich. Je kunt je verliezen in zoveel verschillende aspecten dat geen van die aspecten nog echt aandacht krijgt.

Toch gaat de voorkeur in eerste instantie uit naar een brede opvatting van het begrip diversiteit. D.w.z. diversiteit gaat altijd over verschillen tussen mensen en verschillen kunnen betrekking hebben op etnische achtergrond, religie, sociaal milieu, ziekte en gezondheid, armoede en rijkdom, kansrijk en kansarm enzovoort. Diversiteit heeft bijvoorbeeld ook betrekking op het verschil in opvoedingsstijl tussen de ene opvoeder en de andere (leidster – leidster (of gastouder) maar ook leidster-ouder).

In de praktijk is het heel goed mogelijk het brede en het smalle perspectief te combineren. Dus focussen op b.v. etnische diversiteit maar tegelijkertijd dit in een breder perspectief zien. Je kunt kiezen om gedurende langere tijd meer aandacht te geven aan een bepaald aspect van diversiteit en tegelijkertijd het bredere kader in het oog houden.

Identiteit, emotie

Diversiteit heeft te maken met het herkennen en erkennen van verschillen tussen mensen. Aandacht voor diversiteit sluit verschillen niet uit. Maar iedereen behoort meestal tot meer dan een groep. Daardoor zijn er altijd, naast verschillen, óók overeenkomsten tussen mensen. Hoe dan ook raakt diversiteit altijd aan de identiteit van mensen. Je wordt benaderd en bejegend op grond van de groep(en) waartoe je behoort, bijvoorbeeld vrouw, Turkse, gehandicapt, 50-plusser, enzovoort.

Juist omdat het om identeit gaat roept het ook altijd emoties op, het raakt mensen diep.

Kennis

Kennis hebben van de ander, van de andere groep is belangrijk. Gebrek aan kennis kan een probleem zijn. Maar nog belangrijker is hoe je die kennis gebruikt. Kennis, ook de kennis die door onderzoek geproduceerd wordt, kan ook stigmatiseren. Als je de kennis eenmaal hebt en je bewust bent van verschillen, wat die verschillen betekenen en hoe die verschillen het leven van mensen beïnvloeden, moet je die kennis daarover ook bijhouden en onderhouden.

De kern van diversiteit

Diversiteit gaat over gelijkwaardigheid en respect. Leren omgaan met diversiteit is leren inzien dat mensen gelijkwaardig zijn. In een gemeenschap, groep of organisatie kan een wij-zij gevoel bestaan. Het is belangrijk na te gaan wie ‘wij’ zijn en wie ‘zij’ zijn. Respect is de basisbehoefte èn de basisopdracht van ieder mens.

De rol van de kinderopvang

Het is een taak van de kinderopvang om aandacht te besteden aan diversiteit. Ook als er geen zwarte of geen witte kinderen in de opvang zitten. Ook in op het oog homogene groepen zijn er altijd elementen aanwezig die een diversiteitsaspect in zich hebben.

Wat je wilt bereiken is dat kinderen zich een attitude eigen maken waarin ze open staan voor de verschillen die ze nu of later tegen zullen komen, in de opvang, in de buurt, op school, op het werk. Naarmate kinderen ouder zijn kun je verder kijken, bij heel jonge kinderen blijf je heel dicht bij hun belevingswereld, dus bij de verschillen die wel in de leefwereld van jouw groep voorkomen. 

Aandacht voor diversiteit is altijd nodig en niet pas op het moment dat verschillen tussen mensen tot problemen hebben geleid, dan ben je te laat. 

De rol van de opvoeders in de kinderopvang

Een belangrijke rol van de opvoeder in de kinderopvang bestaat er ook uit dat je de rol en de positie van het ‘minderheidskind’ opnieuw definieert. D.w.z. dat je een kind dat bijvoorbeeld gehandicapt is niet alleen maar en continu benadert als gehandicapt kind maar ook juist een beroep doet op andere kwaliteiten van dat kind. Om dat te kunnen doen is het noodzakelijk dat je los kunt komen van je eigen emoties. Alleen zo kun je ook het contact met de ouders echt aangaan. Het is belangrijk dat groepsleiding en gastouders een voorbeeldfunctie en voortrekkersrol vervullen t.a.v. omgaan met diversiteit. Dat vereist een actieve houding en bewustwording van de toegevoegde waarde van werken met diversiteit.

Open houding

Kinderen hebben van nature een open houding t.o.v. alles wat nieuw is, volwassenen zijn dit vaak kwijtgeraakt. Het is de kunst de open houding bij kinderen vast te houden en die bij de groepsleiding opnieuw te winnen. Een open houding bij groepsleiding en gastouders kun je trainen. O.a. Mutant heeft hiervoor diverse trainingen ontwikkeld.

Diversiteit en het postmoderne denken

Ieder mens schept uiteindelijk zijn eigen waarheid. Als je dit inziet en het ook als uitgangspunt neemt, kun je niet anders dan concluderen dat iedereen in een gemeenschap nodig is om het beeld van de waarheid compleet te maken. Altijd immers zal de rol van de ‘buitenstaander’ iets nieuws toevoegen.

Diversiteit versus standaardisering (inspectie/certificering)

De vraag doet zich voor hoe ruimte voor diversiteit zich verhoudt tot standaardisering die steeds verder doordringt in de kinderopvang. Denk aan wetgeving, beleidsregels, convenant en toetsingskaders en aan HKZ-normen en certificering.

Ruimte geven aan diversiteit betekent het accepteren en respecteren van verschillen en gelegenheid geven om diversiteit, in de zin van alle aspecten van de identiteit, te exploreren en tot zijn

recht te laten komen. Hoe verhoudt zich dit met ontwikkelingen op het gebied van standaardisering en de toenemende behoefte om normen te stellen?

Normen t.a.v. diversiteit gaan niet over wat goed of slecht is, zoals je normen voor gezond of ongezond voedsel kunt hanteren. Normen t.a.v diversiteit liggen op een andere niveau. Ze moeten vooral ingaan op de voorwaarden die nodig zijn om diversiteit de ruimte te geven.

Bijvoorbeeld:

·       je hebt aantoonbaar met elkaar gezocht naar datgene wat je als groepsleiding met elkaar verbindt en wat je als groepsleiding met de ouders verbindt

·       je besteedt tijd en aandacht aan het leren kennen van onderlinge verschillen, met name die verschillen die emoties oproepen

·       je hebt groepsleiding / gastouders getraind in het communiceren met ouders over het pedagogisch beleid en de verschillende waarden die daar voor verschillende partijen aan ten grondslag liggen

·       je hebt gezorgd dat de groepsleiding / gastouder beschikt over alle kennis die nodig is om goed te kunnen omgaan met verschillen/verscheidenheid tussen mensen/kinderen en dat deze kennis wordt onderhouden

·       er is ruimte voor verschillende standpunten

·       iedereen mag er zijn / wordt gezien / gehoord

·       competenties van mensen mogen verschillen, niet iedereen hoeft alles te kunnen

Wat kan de kinderopvang realiseren:

·         dat ouders, kinderen, groepsleiding, gastouders zich gekend en erkend voelen (werken aan diversiteit doe je dus ook voor jezelf!)

·         dat kinderen verscheidenheid ervaren waardoor ze goed voorbereid zijn op de samenleving (kinderen inleiden in de samenleving).

Om dit te realiseren is het ook van belang dat de groep medewerkers in de kinderopvang een afspiegeling vormen van de samenleving. 

Dit kun je toetsen:

·         door vast te stellen dat iedereen erbij hoort en

·         door vast te stellen dat iedereen gewaardeerd wordt

Hoofddoelstelling is uiteindelijk dat diversiteit wordt opgenomen in wet en regelgeving en in het Curriculum kinderopvang

Diversiteit en gelijke kansen.

De kinderopvang kan diversiteitsbeleid inzetten om gelijke kansen voor alle kinderen te bevorderen. Met pedagogische antwoorden op maat kan tegemoet gekomen kan worden aan de ontwikkelingsbehoefte van elk kind. Diversiteitsbeleid kan ook ingezet worden in de samenwerking met ouders en zo ook tegemoet komen aan de behoefte van elke ouder.

Aandacht voor diversiteit betekent creëren van gelijke kansen. Maar gelijke kansen betekent niet dat iedereen uiteindelijk op hetzelfde punt uit moet komen. Het betekent wel dat we accepteren dat ongelijke vertrekpunten + gelijke kansen = ongelijke eindsituatie.

Het betekent ook loslaten van algemene standaarden over waar het eindresultaat uit moet bestaan (die soms ook met macht of status te maken hebben). Bijvoorbeeld je stimuleert de betrokkenheid van ouders bij de opvang en je waardeert wat de ouder daarna bijdraagt, ongeacht of die ouder lid wordt van de MR of meehelpt op een klussenochtend.

Diversiteit en de toekomst van de kinderopvang

De ontwikkeling van de kinderopvang gaat steeds meer in de richting van een basisvoorziening, waarin verschillende vormen van opvang geïntegreerd zullen worden. In die lijn past het uitgangspunt van diversiteitsbeleid dat zegt: iedereen hoort erbij.

Het signaal naar de overheid is dan ook dat aandacht voor diversiteit onlosmakelijk met deze plannen verbonden moet worden om de kans op succes te vergroten en het risico te verkleinen dat de enorme uitbreiding van de opvangvoorzieningen ten koste gaat van de kwaliteit.

Achtergrondinformatie:

·         Bureau MUTANT ontwikkelt methodieken en trainingen en adviseert over omgaan met diversiteit op het gebied van zowel etniciteit als sociaal milieu, sekse, handicap. Zie www.mutant.nl

·         DECET staat voor Diversity in Early Childhood Education and Training en is een netwerk van tien Europese organisaties en projecten op het gebied van diversiteit. Zie www.decet.org

·          Bureau AdB- Intercultural Training & Consulting verzorgt trainingen op het het gebied van diversiteit.

·          In mei 2006 vond op initiatief van DECET in Barcelona een Europees seminar plaats, voor een verslag zie o.a. www.pedagogenplatform.nl onder Publicaties 2006.

·          Diversiteit zal ook een van de onderwerpen zijn waarvoor in het Curriculum kinderopvang extra aandacht wordt gevraagd. Zie www.curriculumkinderopvang.nl

Deze notitie is mede tot stand gekomen na een inspirerende dialoog met Anke van Keulen (Mutant), Ana del Barrio Saiz (AdB), Nienke Willerink (Boink), Tineke Linssen (Korein en Pedagogenplatform) en Mieke van de Kop (Kinderopvang Enschede en Pedagogenplatform) in november 2006.