Tekstballon

Werken aan babyopvang

Gepubliceerd in november 2003

Inhoudsopgave

1. Inleiding
2. Rechten van baby's
2.1 Recht op tegemoetkoming aan lichamelijke behoeften
Afstemming en overdracht
Fysieke omgeving
2.2 Recht op emotionele veiligheid
 - Geborgenheid, affectie, waardering
 - Samenwerking met ouders
 - Ruimte
2.3 Recht op ontwikkeling en competentie
 - Groepssamenstelling
3. Voorwaarden voor goede babyopvang
3.1 Organisaties voor kinderopvang
 - Algemeen
 - Personeelsbeleid
 - Ouderbeleid
 - Diversen
3.2 Ouders
3.3 Opleidingen
3.4 Onderzoekers
3.5 Overheid
4. Nawoord


1. Inleiding

Van tijd tot tijd is er hevige beroering over de opvang van baby's. In 2002 is dit thema opnieuw onder de aandacht gebracht door Marianne Riksen-Walraven, voormalig hoogleraar kinderopvang. Zij baseert zich hierbij onder andere op de resultaten van een grootschalig longitudinaal Amerikaans onderzoek. Volgens dit onderzoek heeft kinderopvang naast positieve effecten, ook negatieve effecten op de latere ontwikkeling van kinderen. Kinderen die gebruik maken van kinderopvang hebben niet alleen meer kans op een cognitieve voorsprong, maar ook een grotere kans op gedragsproblemen zoals ongehoorzaamheid, aandacht trekken en agressie. Het positieve effect van kinderopvang blijkt samen te hangen met de kwaliteit ervan. Het negatieve effect doet zich voor bij kinderen die al op jonge leeftijd en voor een groot aantal uren naar de opvang gaan. De kwaliteit van de opvang lijkt geen invloed te hebben op de negatieve gedragseffecten. Onderzoekers verschillen in hun interpretatie van de resultaten. Sommigen vinden de negatieve effecten alarmerend: de effecten zijn klein, maar betreffen in totaal grote aantallen kinderen. De duidelijkste exponent van deze groep is professor Jay Belsky. Hij veronderstelt dat de negatieve gedragseffecten veroorzaakt worden door een verstoorde moeder-kind relatie. Belsky stelt dat moeders voldoende tijd nodig hebben om hun kind goed te leren kennen. Dit is nodig om sensitief te kunnen inspelen op signalen van een baby. Bij moeders die hun kind te vroeg en te vaak door een ander laten opvangen, lukt dit niet. Een andere theorie, waar ook Marianne Riksen-Walraven de nadruk op legt, is dat de scheiding van de moeder bij baby's tot grote stress leidt. Deze stress wordt in de kinderopvang onvoldoende gereduceerd. In dit kader wordt het in - en uit geloop in de groepsruimte door Belsky als mogelijke stressfactor gezien. De veronderstelling is dat telkens wanneer de deur van de groepsruimte opengaat, de baby denkt: "Ha, daar is mijn moeder!". In de meeste gevallen is het iemand anders. Deze teleurstelling leidt tot stress bij baby's. Niet alle onderzoekers zijn het eens met de conclusies of veronderstellingen van Belsky. Deze wetenschappers, waaronder collega's van Belsky en de huidige hoogleraar kinderopvang, Louis Tavecchio, benadrukken dat de gevonden effecten klein zijn en slechts voor een deel van de kinderen gelden. Louis Tavecchio bepleit nader onderzoek naar het effect van kinderopvang op met name zogenaamde 'prikkelbare' kinderen. Deze kinderen ervaren eerder en meer stress, ook in de kinderopvang.

Een dergelijke discussie leidt tot onrust in en om de kinderdagverblijven. Veel personen voelen zich aangesproken. Sommige ouders voelen zich extra ongerust en schuldig dat ze gebruik maken van kinderopvang, groepsleiding voelt zich soms (nog) minder erkend in het werken met baby's, managers in de kinderopvang vragen zich af of ze baby's kunnen bieden wat ze nodig hebben. Ook wij, pedagogen in de kinderopvang, worden naar aanleiding van deze discussie met vragen geconfronteerd. Vragen over de kwaliteit van babyopvang. We hopen dat deze notitie aanleiding is tot verdere reflectie op baby-opvang en dat we de discussie een stap verder brengen. Uitgangspunt is dat de aanwezigheid van werkende ouders een niet weg te denken verschijnsel is in de Nederlandse maatschappij. Kinderen moeten tijdens de werkuren van de ouder(s) veilig en goed worden verzorgd. Kinderopvang afschaffen is geen optie. Wel is het zinvol na te gaan hoe we aan baby's zo goed mogelijke kinderopvang kunnen bieden. Deze notitie poogt voorwaarden voor goede baby-opvang vast te stellen. We baseren ons hierbij op behoeften van baby's (tot ongeveer één jaar), zoals beschreven in vakliteratuur en zoals we deze kennen uit de praktijk op de kindercentra.

2. Rechten van baby's

We vinden dat baby's er recht op hebben dat aan hun behoefte voldaan wordt. Daarom spreken we in plaats van behoeften over rechten van baby's. Op basis van de (enigszins versimpelde) behoeftepiramide van Maslov onderscheiden we de volgende rechten van de baby: - Recht op tegemoetkoming aan lichamelijke behoeften - Recht op geborgenheid, affectie, waardering en continuïteit - Recht op ontwikkeling en competentie We maken in deze notitie gebruik van de behoefte-omschrijvingen uit het instrument Werken aan Welbevinden (NIZW, 2001, cursief weergegeven).

2.1 Recht op tegemoetkoming aan lichamelijke behoeften

In het instrument Werken aan Welbevinden is dit als volgt beschreven: Lichamelijke behoeften liggen op het terrein van voeding, slaap, verschoning, lichaamstemperatuur en beweging. Hoe jonger het kind, hoe acuter deze behoefte wordt als deze niet tijdig vervuld wordt.

Afstemming en overdracht

Een baby is afhankelijk van anderen. Hij moet tijdig gevoed, verschoond en te slapen gelegd worden. Hij moet de juiste voeding krijgen. Om een baby goed te verzorgen, moet de verzorger op de hoogte zijn van de specifieke behoeften van deze baby: welke voeding op welke moment, welke soort speen, welke signalen duiden op vermoeidheid etc. Als er niet goed voor een baby wordt gezorgd, kan hij stress ervaren. In extreme gevallen kan een foute verzorging tot levensgevaarlijke situaties leiden: sommige kinderen reageren bijzonder allergisch op bepaalde stoffen. Als de ouder de verzorging van een baby deelt met het kinderdagverblijf, moet de informatieoverdracht over de verzorging van de baby goed geregeld zijn. Deze overdracht gaat twee kanten op: van ouder naar groepsleiding en van groepsleiding naar ouder. Groepsleiding heeft informatie van ouders nodig om de signalen van het kind goed te kunnen interpreteren. En andersom moeten ook ouders weten hoe het op het kinderdagverblijf is toegegaan, hoe een baby gedronken of geslapen heeft en dergelijke. Dit om thuis signalen van een kind goed te kunnen begrijpen en er goed op in te kunnen spelen. In de praktijk van het kindercentrum hebben meerdere groepsleid(st)ers te maken met de verzorging van de baby en de overdracht naar ouders. Groepsleiding werkt in 'diensten', degene aan wie de ouder 's morgens bijzonderheden over de baby doorgaf, is een ander dan de leid(st)er die het kind verzorgt of die 's avonds de ouders vertelt hoe de dag verlopen is. Vaste groepsleiding is wel eens afwezig, wegens ziekte of verlof. Dit betekent dat er ook aan de samenwerking en overdracht tussen groepsleiding onderling hoge eisen worden gesteld. Registratie van belangrijke gegevens is noodzakelijk om deze overdracht te ondersteunen.

Fysieke omgeving

Een baby is een bijzonder onderzoekend en ondernemend persoontje. Hij onderzoekt zijn omgeving op zijn eigen manier: met zijn mond, zijn handen en met zijn ogen. Kleine voorwerpen die ingeslikt kunnen worden, kunnen leiden tot verstikking. Een baby is nog niet in staat zichzelf te redden als hij zich in benarde omstandigheden bevindt. Ook hierdoor kunnen levensgevaarlijke situaties ontstaan. Een baby is kwetsbaar, zijn omgeving moet veilig zijn. Dit veronderstelt dat groepsleiding zich bewust is van de fysieke veiligheidsrisico's die baby's lopen en alert is op het voorkomen hiervan. Baby's in kindercentra worden vaker ziek dan kinderen die geen kindercentrum bezoeken. Het is de vraag of deze extra ziekteperiodes tot een verhoogde weerstand leiden. Onduidelijk is of het vaker ziek zijn van invloed is op de ontwikkeling van baby's. Onderzoek hiernaar zou zinvol zijn. Maatregelen op het gebied van hygiëne zijn noodzakelijk om het besmettingsrisico zo veel mogelijk te beperken. Ook is er aandacht voor het binnenklimaat in kindercentra. Maar de buitenlucht is bijna overal en bijna altijd (en niet alleen in de kinderopvang) beter dan binnen. Dit betekent dat de baby's ook regelmatig buiten moeten zijn. De effectiviteit van alle maatregelen op het gebied van hygiëne is onbekend. Nader onderzoek is gewenst.

2.2 Recht op emotionele veiligheid

In het instrument Werken aan Welbevinden is dit als volgt beschreven: Kinderen hebben behoefte aan lichamelijke aanraking en liefdevolle benadering en willen ook zelf genegenheid kunnen geven. Kinderen ontwikkelen het gevoel dat ze als individu waardevol zijn door de positieve respons en bevestiging van anderen op hun gedrag. Zo ontwikkelen ze een positief zelfbeeld. Kinderen die onvoldoende erkenning en waardering krijgen, zullen zich ongewenst en niet de moeite waard vinden. Kinderen hebben behoefte aan een min of meer voorspelbare omgeving en een herkenbare structuur van de dag. Hoe jonger een kind is, hoe moeilijker het voor hem is om zicht te krijgen op de volgorde van gebeurtenissen, op heden, toekomst en verleden. Bij het ontbreken van de noodzakelijke veiligheid en duidelijkheid zal het kind zich angstig en bedreigd voelen.

Geborgenheid, affectie, waardering

Naast fysieke veiligheid is emotionele veiligheid van groot belang voor een baby. Om zich emotioneel veilig te voelen, moet een baby zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelen. Een dergelijk gevoel ontstaat doordat er op een positieve manier en met respect met de baby wordt omgegaan, afgestemd op zijn specifieke behoeften. Iedere baby is anders, heeft eigen behoeften en eigen manieren om deze behoeften duidelijk te maken. Het is belangrijk dat groepsleiding heel goed kijkt naar een baby, zijn signalen kan interpreteren, zich bewust is van de invloed van hun handelen op de baby en in staat is responsief te reageren op de baby. Dit is niet iets wat je zomaar doet. Hiervoor is specifieke aandacht nodig. Aandacht in de opleiding, in bijscholing, in coaching (eventueel met behulp van video). Veel bezigheden met baby's zijn verzorgingsgericht. Groepsleiding heeft soms het gevoel met baby's 'alleen maar' toe te komen aan de verzorging. In plaats van een sta-in-de-weg voor activiteiten, kunnen deze verzorgmomenten bij uitstek worden gezien als mogelijkheden tot intensieve interactie. Onder andere de visie van het Piklerinstituut (beter bekend onder de naam Lóczy) biedt aanknopingspunten voor deze werkwijze.

Om op een responsieve manier met de baby om te kunnen gaan, moet groepsleiding deze specifieke baby goed kennen. Dit veronderstelt dat baby en groepsleiding veel tijd met elkaar doorbrengen, dat het contact continuïteit biedt. Door een regelmatige, responsieve en positieve interactie tussen groepsleid(st)er en baby ontstaat er een vertrouwensband. Continuïteit wordt gerealiseerd door het stimuleren van grote dienstverbanden, waardoor een baby 'vanzelf' telkens met dezelfde groepsleiding te maken heeft. In de praktijk is dit vaak niet mogelijk. Net als andere werknemers heeft ook groepsleiding behoefte om parttime te werken. Een alternatief is het (zoveel mogelijk) koppelen van groepsleiding aan bepaalde baby's, zodat elke baby één of twee groepsleid(st)ers als vaste verzorgers heeft. De realisatie hiervan is maatwerk, afhankelijk van werkdagen van groepsleiding en de dagen waarop het kind naar het kindercentrum komt. Verschillende organisaties hebben al positieve ervaringen met deze werkwijze. Een dergelijke manier van werken leidt er toe dat een kinderdagverblijf ouders advies geeft over de beste dagen om hun baby te plaatsen vanuit het oogpunt van continuïteit. Bij dit advies kan ook de invloed van eventuele andere opvangarrangementen waarvan ouders gebruik maken (dagje oma, dagje andere oma) ter sprake komen. Het is de vraag of baby's die wekelijks slechts één dag het kindercentrum bezoeken, dezelfde continuïteit geboden moet worden. Als ouders geen gebruik maken van andere opvangarrangementen, zorgen ouders zelf thuis voor continuïteit.

Continuïteit heeft niet alleen betrekking op de groepsleiding, maar ook op de andere kinderen in de groep en op de dagindeling, gewoonten, rituelen en op de ruimte(s) waarin de baby verblijft. Al deze factoren dragen bij aan de voorspelbaarheid en structuur.

Groepsleiding moet tijd en de gelegenheid hebben om signalen op te merken en om er op in te spelen. Dit veronderstelt dat de werkdruk van groepsleiding binnen de perken blijft. Voorwaarden hiervoor zijn onder andere het werken volgens het wettelijke leidster-kind ratio en een wat betreft leeftijd evenwichtige groepsopbouw. Daarnaast is het belangrijk dat groepsleiding beschikt over voldoende tijd voor de uitvoering van niet-groepsgebonden taken (taak-uren). Verder moet zij in staat zijn om het werk zodanig in te delen dat er genoeg gelegenheid overblijft om in te gaan op signalen van de kinderen.

Samenwerking met ouders

Een goede samenwerking met de ouders is van groot belang. Een ouder die zich welkom voelt op het kindercentrum en vertrouwen heeft in de groepsleiding, brengt haar kind met een gerust hart naar de opvang. Dit heeft z´n weerslag op hoe het kind zich daar voelt. Het opbouwen van een goede samenwerking veronderstelt goede communicatie en een open, uitnodigende houding. Groepsleiding moet een ouder laten zien hoe er gewerkt wordt, hoe het kind zich gedraagt en zich voelt op het kindercentrum. De informatie over het kind moet niet alleen gaan over de verzorging van het kind, maar ook b.v.over spel, emotie en sociale contacten. Daarnaast is het van belang dat groepsleiding de ouder nadrukkelijk uitnodigt te vertellen over hoe de ouder het kind ziet, hoe het kind zich thuis gedraagt en welke opvoedingsideeën de ouder heeft. Op deze manier kunnen ouders en groepsleiding elkaar in de opvoeding steunen. Opvoedingssteun kan het effect van risicofactoren voor gedragsproblemen bij kinderen verminderen.

In de introductieperiode wennen het kind en de ouder aan de opvangsituatie en leert groepsleiding het kind en de ouder kennen. Dit is een belangrijke overgangsperiode. Ouders moeten zich realiseren dat hiervoor voldoende tijd moet worden uitgetrokken. Kindercentra kunnen ouders vragen één of meerdere keren mee te draaien op de groep. Niet alleen om zo de overgang voor de baby (en voor de ouder) geleidelijk te laten verlopen, maar ook om zo de kunst van de omgang met deze baby ´af te kijken´. Na een maand of twee staan groepsleiding en ouders nadrukkelijk stil bij hoe de opvang van het kind verloopt en of de omgang met het kind of misschien het opvangarrangement aanpassing behoeft. Voor sommige baby's blijkt een kortere duur van opvang op een dag wellicht wenselijk. In een enkel geval moet misschien geconcludeerd worden dat een kinderdagverblijf voor dit kind niet de ideale oplossing is. Om te voorkomen dat ouders met hun werkplanning in de problemen komen, moeten organisaties voor kinderopvang ouders al bij aanmelding informeren over het belang van een zorgvuldige wenperiode. Niet alleen de introductieperiode is een belangrijke overgang. Elke dag dat de baby het kindercentrum bezoekt, maakt de baby de overgang van de thuissituatie naar de opvangsituatie en vice versa. Ook aan deze overgang moet door groepsleiding voldoende tijd worden besteed Door voldoende tijd te besteden aan uitwisseling met de ouder, door op een positieve manier te vertellen over wat de baby doet en al kan en door aandacht te besteden aan de overgang van thuissituatie naar opvangsituatie, ondersteunt groepsleiding de ontwikkeling van een positieve relatie tussen ouder en baby. Dit is een potentiële meerwaarde van kinderopvang. Samen met het bieden van responsiviteit en continuïteit, kan deze meerwaarde (enig) tegenwicht bieden voor de stress die de scheiding van de ouder bij de baby oproept volgens Belsky en Riksen-Walraven.

Ruimte

Ook de ruimtelijke omgeving is van invloed op een gevoel van vertrouwdheid. Zo kunnen onverwachte, sterke prikkels zoals fel licht (van bijvoorbeeld tl-lampen), lawaai en sterke kleurovergangen een jonge baby uit zijn evenwicht brengen en onrustig maken. Een baby heeft behoefte aan een rustige, herkenbare omgeving en een vaste slaapplek. De ruimte moet de mogelijkheid bieden prikkels te doseren.

2.3 Recht op ontwikkeling en competentie

In het instrument Werken aan Welbevinden is dit als volgt beschreven: Alle kinderen hebben de behoefte om zich te ontwikkelen, nieuwe dingen te leren beheersen en zichzelf als competent te ervaren. Daarom zoeken ze nieuwe uitdagingen op. Als kinderen zichzelf als te weinig kundig ervaren, kunnen ze last krijgen van faalangst en weinig durf en ontwikkeling in hun spel vertonen.

In de kinderopvang hebben we soms de neiging de baby´s teveel te beschermen. Maar een baby heeft niet alleen behoefte aan veiligheid. Om zich prettig te voelen en om zich te kunnen ontwikkelen, is uitdaging net zo belangrijk. Om deze uitdaging te kunnen bieden, moet groepsleiding vertrouwen hebben in de mogelijkheden en competenties van baby's. Net zoals in de vorige paragrafen is het belangrijk dat deze uitdaging is afgestemd op de baby: op de ontwikkeling en de interesse van het kind. Naast een gedegen kennis van de ontwikkeling van baby´s, is het hiervoor noodzakelijk dat groepsleiding goed kijkt naar de baby. Naar hoe hij reageert op materialen, activiteiten en andere kinderen. Op basis van wat groepsleiding ziet, past zij het aanbod (omgeving, materialen, activiteiten, speelkameraadjes) aan.

Als het gaat om competentie en uitdaging maken we in navolging van Marianne Riksen-Walraven onderscheid tussen sociale - en persoonlijke competentie. Groepsleiding moet in staat zijn recht te doen aan beide aspecten. Als het gaat om het ontwikkelen van sociale competentie dan is aandacht nodig voor relaties tussen de kinderen onderling en voor activiteiten die onderling contact stimuleren. In een groep ontwikkelen baby's belangstelling voor andere kinderen. Ze communiceren met elkaar op hun eigen manier, ze kijken naar elkaar, doen elkaar na, dagen elkaar uit en hebben samen plezier. Betreft het stimuleren van persoonlijke competentie, dan is een uitdagende inrichting van zowel binnen- als buitenruimte, uitdagend spelmateriaal en een gevarieerd aanbod van activiteiten belangrijk.

Groepssamenstelling

Baby's worden opgevangen in verschillende soorten groepen: horizontale groepen voor nul tot anderhalf- of tweejarigen of verticale groepen voor nul tot vierjarigen. Een babygroep is rustig en overzichtelijk, maar biedt sommige baby's weinig uitdaging. Op een verticale groep is meer te beleven. Tegelijkertijd is het hierdoor meer lawaaiig en onrustig. Rode draad in deze notitie is het inspelen op de behoefte van de individuele baby. Ditzelfde uitgangspunt geldt ook voor de groepssamenstelling. Het is ideaal als een kindercentrum op basis van de aard van de baby het kind zou kunnen plaatsen op een horizontale - of verticale groep. Dit veronderstelt dat een kindercentrum beide soorten groepen in huis heeft en dat het centrum flexibel georganiseerd is. In de praktijk is dit lastig te realiseren. Een kindercentrum dat deze mogelijkheid niet heeft, zal ofwel in de babygroepen extra aandacht moeten besteden aan het bieden van uitdaging ofwel in de verticale groepen voldoende rust moeten creëren.

3. Voorwaarden voor goede babyopvang

Op basis van het voorgaande komt het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang tot de volgende voorwaarden voor goede babyopvang:

3.1 Organisaties voor kinderopvang

Algemeen

Houd in alle beleidsgebieden rekening met het belang van continuïteit, veiligheid en emotionele ondersteuning van baby's.

Personeelsbeleid

Zorg voor continuïteit in de relatie baby - groepsleiding - Door middel van aanstellingsbeleid (dienstverbanden van minimaal 24 uur), - Door het organiseren van koppelingen van een baby met 1 of 2 vaste groepsleid(st)ers. - Zorg voor zo min mogelijk wisselingen door bijvoorbeeld inzet van steeds dezelfde invalkracht. - Plaats stagiaires voor langere tijd in een groep met baby's

Let bij de aanstelling van groepsleiding die met baby's gaat werken of zij hiervoor voldoende kennis en vaardigheden in huis heeft. Zorg voor intensieve coaching en zorg waar nodig voor bijscholing. Noodzakelijke kennis en vaardigheden voor babyleid(st)ers: - is zich bewust van de fysieke veiligheidsrisico's die baby's lopen, is alert op het voorkomen hiervan, biedt een fysiek veilige omgeving. - is goed op de hoogte van de ontwikkeling van baby´s. - is in staat goed naar het kind te kijken en in te spelen op signalen, behoefte en interesse van de baby. - heeft aandacht voor relaties tussen baby´s en voor activiteiten die onderling contact stimuleren. - is in staat met behulp van ruimte, dagindeling, gewoonten en rituelen voorspelbaarheid en structuur te bieden. - is in staat een uitdagende omgeving, materialen en activiteiten te bieden. - is in staat het werk goed te structureren in nauwe samenwerking met collega's. - bezit goede communicatievaardigheden en bezit een open, uitnodigende houding naar ouders. - is zich bewust van het belang van een goede overdracht tussen ouders en groepsleiding en tussen groepsleiding onderling en weet hoe het dit kan organiseren.

Houd in het taakurenbeleid rekening met het belang van daadwerkelijke aanwezigheid op de groep van groepsleiding die met baby's werkt.

Ouderbeleid

Zorg voor een beleid m.b.t. de samenwerking met ouders - werk dit o.a. uit in werkinstructies en hulpmiddelen ten behoeve van de wederzijdse overdracht.

Overleg waar nodig met ouders over de consequenties van het belang dat wordt gehecht aan continuïteit.

Voer een zorgvuldig wenbeleid - met veel ruimte voor overdracht. - leg in de contracten met ouders vast dat zij tijd reserveren voor de wenperiode.

Diversen

Zorg voor een veiligheid- en hygiënebeleid waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met baby's.

Houd bij bouw, verbouw, en inrichting rekening met de behoeften van baby's.

Zorg voor goede mogelijkheden om met baby's naar buiten te gaan.

3.2 Ouders

Houd bij de organisatie van de opvang van de baby rekening met het belang van continuïteit. - Streef naar een minimum aantal wisselingen in opvangsituaties voor de baby en overleg met het kinderdagverblijf over mogelijkheden voor een zo vast mogelijke koppeling tussen baby en leidsters.

Gebruik de wenperiode voor een zorgvuldige overdracht. - Blijf ook na deze periode alert op contact met de groepsleiding bij brengen en halen.

3.3 Opleidingen

Besteed in de opleiding voor leiding in de kinderopvang voldoende aandacht aan de kennis en vaardigheden die nodig zijn bij de opvang van baby's. Dit betreft in elk geval de volgende gebieden: - vaardigheid in het onderhouden van een positieve interactie met baby's (sensitieve responsiviteit) - kennis van de fysieke risico's die baby's lopen en de manier waarop deze risico's beheerst kunnen worden - kennis van de ontwikkeling van baby's en vaardigheden om dit te observeren en deze observaties te kunnen interpreteren - kennis en vaardigheid om baby's uit te dagen en te ondersteunen bij hun ontwikkeling - inzicht en vaardigheden betreffende de organisatie van het werk, samenwerking met collega's en overdracht naar collega's en ouders - inzicht in de emoties van ouders - communicatievaardigheden

Ontwikkel de mogelijkheid voor groepsleid(st)ers om zich te specialiseren op het werken met baby's ("baby-aantekening")

3.4 Onderzoekers

Doe onderzoek naar de effecten op baby's op basis van de kinderopvangpraktijk zoals deze in Nederland bestaat.

Onderzoek welke factoren in de kinderopvang stress oproepen bij baby's, welke kinderen hiervoor extra gevoelig zijn en welke maatregelen effectief zijn om deze stressfactoren te reduceren

Ga na welke gezondheidsrisico's baby's in de Nederlandse kinderopvang lopen en welke maatregelen effectief zijn of deze risico's te verminderen.

3.5 Overheid

Geef ouders de mogelijkheid om hun baby's te laten opvangen in een verantwoorde kinderopvangsituatie. Dit betekent dat de fiscale compensatie (of andere financiële regeling) rekening houdt met de kosten van verantwoorde baby-opvang.

Houd in de eisen die aan kinderopvang worden gesteld, bijvoorbeeld middels standaard inspectieprotocollen, rekening met de in deze notitie geformuleerde factoren.

4. Nawoord

Het is belangrijk dat we ons realiseren dat baby-opvang geen zwart-wit verhaal is. 'De kinderopvang' en 'het gemiddelde kind' bestaan niet. In kinderdagverblijven waarin rekening wordt gehouden met de behoeftes van baby's, gaat het met de meeste baby's prima. Een klein aantal baby's is thuis beter af dan in de kinderopvang. Voor sommige andere baby's is kinderopvang overigens een beter alternatief dan de thuissituatie. Kijkend naar de voorwaarden voor goede babyopvang, ligt de nadruk sterk op vaardigheden en houding van groepsleiding. En dit is eigenlijk niet verwonderlijk: het is groepsleiding die goede opvang maakt of breekt. Een hele verantwoording. Maar groepsleiding is natuurlijk afhankelijk van de voorwaarden waaronder ze werkt. Deze voorwaarden worden bepaald door de kinderopvangorganisatie, door de klanten die al dan niet willen betalen voor goede opvang en door landelijk beleid. De kinderopvangorganisatie maakt keuzes op het gebied van plaatsing, personeels- en ouderbeleid. Zij is hierbij mede afhankelijk van keuzes van ouders en overheid. Ouders zijn klanten. In hoeverre zijn zij bereid en in staat te betalen voor kwaliteit? Of worden organisaties gedwongen om in een concurrentieslag de prijs zo neer te zetten dat de benodigde kwaliteit niet meer gehaald kan worden? Kinderopvang is zijn huidige vorm is een betrekkelijk nieuw verschijnsel. Er wordt onderzoek naar gedaan en we komen steeds meer te weten, maar veel is nog onbekend. Om ervoor te zorgen dat overheid, ouders en kinderopvangorganisaties gefundeerde keuzes kunnen maken, is meer kennis nodig. Met name als het gaat om continuïteit en het effect van baby-opvang. Dit inzicht is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van wetenschap en overheid (als opdrachtgever).

Het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang heeft in deze notitie zijn eigen inzichten verwerkt. Voor een deel wordt al voldaan aan deze voorwaarden, voor een deel zijn deze nog geen praktijk. Door het onder de aandacht brengen van deze voorwaarden en de discussie over babyopvang voort te zetten, hopen we bij te dragen aan het versterken en verbeteren op alle niveaus van de opvang van onze allerjongste medeburgers.