Tekstballon

Verschillend gedrag van jongens en meisjes: plezier of probleem?

Auteur: Puk Ligtvoet, pedagoog bij Triodus in Den Haag en lid van het Landelijk Platform Pedagogen in de kinderopvang.
Gepubliceerd in management Kinderopvang van januari 2006.

Komen jongens voldoende aan hun trekken in de kinderopvang? Steeds vaker hoor je de waarschuwing dat kinderopvang en onderwijs niet beantwoorden aan de behoeften van jongens.

Het Landelijk Platform Pedagogen in de kinderopvang ging de discussie aan. Tussen jongens en meisjes bestaan fysieke en neurologische verschillen. Dat is een gegeven. De ontwikkeling van jongens en meisjes verloopt dan ook niet hetzelfde. Dit betekent niet dat alle jongens andere behoeftes hebben dan alle meisjes. De individuele verschillen zijn namelijk groot. In de huidige kinderopvangpraktijk zouden de specifieke behoeften van jongens te weinig onderkend worden, worden jongens te veel geremd en dat zou leiden tot problemen. Leidsters zouden de behoeftes van jongens niet voldoende begrijpen. Jongens vinden in de kinderopvang en op school weinig mannelijke rolmodellen. Voor jongens die in een eenoudergezin alleen met hun moeder opgroeien, kan dit een wezenlijk probleem vormen. Een oplossing voor dit complex aan factoren, die de ontwikkeling van jongens beïnvloedt, kan de kinderopvang niet bieden. Wel kunnen we proberen sensitiever te worden voor de verschillen tussen jongens en meisjes. Dan wordt druk jongensgedrag niet meer een probleem maar een uitdaging. Wat betekent dit voor de kinderopvang? Hoe kunnen kinderopvangorganisaties zorgen voor kinderopvang die ook aan de behoeftes van jongens voldoet?

Leuke verschillen

De grootste uitdaging lijkt te liggen op leidstersniveau. De veelal vrouwelijke groepsleiding zou de diversiteit moeten onderkennen en inzetten in hun pedagogisch handelen. Leidsters kunnen worden getraind en gecoacht in het kijken naar kinderen, zodat zij beter leren inspelen op het individuele kind. Door beter kijken leert de groepsleiding de 'leuke' verschillen, de diversiteit te zien in kinderen (van verschillende sekse, van verschillende herkomst, van verschillende ouders). Leidsters kunnen zich gaan verdiepen in concrete vragen. Hoe bouwen jongens en meisjes? Hoe gebruiken jongens en meisjes de ruimte? Hoe communiceren jongens en meisjes? De groepsleiding die zich meer bewust is van de verschillen tussen kinderen, zal door die verschillen meer geboeid worden. En wellicht wordt dan bepaald gedrag niet meer ervaren als een probleem maar als een uitdaging. We zouden de groepsleiding bewust kunnen maken van de manier waarop ze het gedrag van sommige kinderen ervaren en hoe ze vervolgens met dat gedrag omgaan. Over het algemeen herkent de groepsleiding wel de vrouwelijke uitingen maar niet de mannelijke. Het gedrag van meisjes wordt daarom als plezierig gelabeld. Het gedrag van jongens wordt al snel 'te druk' genoemd. Men reageert op het gedrag en niet op de gevoelens waarvan dit gedrag een uiting is. De groepsleiding kan geleerd worden eerst de boodschap te zien en vervolgens (indien nodig) grenzen te stellen aan het gedrag. Daarbij komt dat de groepsleiding over het algemeen meer moeite lijkt te hebben om passende activiteiten aan jongens aan te bieden. Daarbij is het niet nodig dat leidsters altijd mee voetballen, als ze maar de gelegenheid bieden en enthousiasme tonen. De verschillen tussen het gedrag van jongens en meisjes maken de groep gevarieerd en levendig. Als de groepsleiding zich bewust wordt van deze kracht van de groep, kan ze die optimaal benutten. Een positieve, ondersteunende benadering van alle kinderen, ook van jongens met typisch jongensgedrag is belangrijk. Bij het verkrijgen van dat inzicht kunnen leidsters gesteund worden. Met het telkens corrigeren en afkeuren van gedrag onthoud je jongens namelijk de kans om een positieve identiteit te ontwikkelen. Dan help je het kind niet om uit te zoeken wat werkelijk waarde heeft, hoe hij zijn talenten kan ontwikkelen, waar hij zijn energie op kan richten.

Ruimte

Behalve de groepsleiding heeft ook de ruimte invloed op het gedrag en de mogelijkheden van jongens. In de meeste kindercentra is de fysieke omgeving vooral ingericht op rustig spel. Er is over het algemeen binnen weinig ruimte om te bewegen. Tijdens bouw en verbouw zou meer rekening gehouden kunnen worden met het feit dat het gebouw ook een uitdaging moet bieden voor de grove bewegingsontwikkeling. Ook akoestiek is een belangrijke factor. Bij een goede akoestiek kunnen kinderen gewoon lawaai maken tijdens het spelen. Bij het samenstellen van groepen zou rekening moeten worden gehouden met een evenwichtige verdeling van jongens en meisjes. In het dagprogramma en de ruimteverdeling moet regelmatig gelegenheid zijn voor jongens (en meisjes) om elkaar te ontmoeten en samen actieve, avontuurlijke activiteiten te ondernemen.

Vragen

En dan blijven er natuurlijk ook nog een aantal vragen open met betrekking tot dit onderwerp. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat moeders anders reageren op jongensbaby's dan op meisjesbaby's. Hoe is dat in de kinderdagverblijven? Reageert de groepsleiding verschillend als de baby een jongen of een meisje is? Vertonen jongetjes langer aapachtig gedrag en hoe gaat de groepsleiding hiermee om? Worden jongens meer geknuffeld? Worden meisjes al heel snel als 'echt meisjesachtig' bestempeld en worden specifieke meisjesdingen gestimuleerd? Ook zonder dat we de antwoorden weten op deze vragen kunnen we in de dagelijkse kinderopvangpraktijk bewuster werken met de diversiteit die de kinderen meebrengen. Dat is positief voor alle kinderen en voor de groepsleiding.

Op Internet zijn diverse websites rond dit onderwerp te vinden: www.laukwoltring.nl, www.rotsenwater.nl, www.jongensinbalans.nl.