Pedagogische inspiratiebronnen
Notulen: Monique Velthoen.
Gespreksleider: Margot Meeuwig.
Verslag: Monique Velthoen en Desiree Okhuijsen.
Voorafgaand aan het gesprek merkt Ria Meyers op, dat zij het geen goede zaak vindt dat de peuterspeelzalen misschien niet aan het Landelijk Pedagogenplatform deelnemen.
We maken een voorstelrondje waar ieder vertelt waar ze werkt, in wat voor functie en waardoor zij zich laat inspireren. Zowel de functies van de deelnemers als de genoemde pedagogische inspiratiebronnen zijn zeer divers. Naast de praktijk van alledag, de kinderen, de groepsleiding en informatie uit de vakbladen, worden een aantal bekende inspirerende '' pedagogen'' genoemd. Dat wil zeggen: pedagogen tussen "" want het zijn niet allemaal pedagogen. De genoemde inspirators: Montessori, Pikler, Freinet, Steiner, Piaget, Gordon, Micha de Winter, Luc Stevens, Ellen Lolkes en Langeveld. Veel genoemd wordt ook de benadering van de kindercentra in Reggio Emilia. Kortom, aan inspiratiebronnen heeft de kinderopvang geen gebrek.
Het blijkt moeilijk te verwoorden wat die inspiratie betekent voor de praktijk van de kinderopvang. Hoe 'werken' ideeen en theorieen van inspiratiebronnen door in het concrete handelen? Een van de deelnemers vertelt dat de Gordonmethode in haar kinderdagverblijf heel goede resultaten oplevert. Een ander vertelt dat zij haar leidsters confronteert met hun handelen: ``Jij doet dit nu zo, in ons pedagogisch beleid staat dit en dat; hoe verhoudt zich dit?´´
Margot merkt op dat een aantal van de genoemde bronnen weliswaar inspirerend kunnen zijn, maar dat een pedagogiek van de kinderopvang iets anders is. De methoden van Montessori, Freinet en Steiner zijn gemaakt in en voor andere contexten dan onze huidige kinderopvang. Ze zijn ook niet specifiek voor heel jonge kinderen ontwikkeld; het zijn lesmethoden, bedoeld voor oudere kinderen die opgroeiden en opgevoed werden in een heel andere maatschappij dan de onze. De theorieeen van Piaget en de methode van Gordon richten zich op deelgebieden van de opvoeding en ontwikkeling van kinderen (cognitieve ontwikkeling, resp. communicatie). Volgens Margot is de grote vraag voor pedagogen in de kinderopvang: hoe maak je een verbinding tussen de theoretische kennis en het pedagogisch handelen in de concrete praktijk? Om pedagogische inspiratiebronnen, theorieën en concepten te ´vertalen` naar het concrete pedagogisch handelen, naar de vormgeving en de organisatie van de kinderopvang, is een tussenstap nodig waarin alle aspecten van de kinderopvang als opvoedingscontext in samenhang worden beschreven: een pedagogiek die speciaal voor de kinderopvang is ontwikkeld. In schema: pedagogische inspiratiebronnen à pedagogiek à pedagogisch beleid
Op deze stellingname wordt verschillend gereageerd. Een aantal mensen herkent dit ´gat` tussen theorie en praktijk niet, anderen wel. Een van de deelnemers stelt dat de visie in Nederland volgens haar is: de veiligheidsheidsnormen van de GGD bepalen wat er wel / niet gebeurt in de kinderopvang. Samenvattend kunnen we zeggen, dat het onderwerp ´pedagogische inspiratie´ een verwarrend onderwerp is. Doordat er verschillende opvattingen over kinderopvang en pedagogiek zijn. Maar ook doordat in het gesprek verschillende niveau´s van denken over het werken met kinderen door elkaar worden gebruikt.
Concluderend: er zijn nog veel vragen en er is nog veel werk te doen met betrekking tot pedagogische inspiratie vóór en een pedagogiek vàn de kinderopvang.