Pedagogen in de kinderopvang
Verslag middagsessie LPK-congres 2003 – 20 deelnemers waaronder platformleden Wilmie Colbers en Loes Kleerekoper.
Als onderdeel van het kennismaken met elkaar geven de deelnemers een metafoor aan voor hun eigen functie. Genoemd worden:
- Signalerende implementatrice
- Belangrijk schaakstuk (maar niet de koningin)
- Rups, transformerend naar vlinder (sterk en nieuw)
- Rupsje nooit genoeg
- Rode draad
- Koorddanser
- Bloem op het ravijn
- Duizendpoot
- De bloem én de bij
- Weegschaal
- Spin die een web maakt
- Jong fruitboompje
- Zaklamp (met sensor en knipperlicht)
- Rode draad gezien vanuit het kind
- Ploeg
- Inspiratiebron
- Meewerkende in een compositie
Hierna wordt in subgroepen besproken welke voorwaarden in een organisatie (minimaal) gerealiseerd zouden moeten zijn om de pedagogische kwaliteit en het werken aan pedagogiek op een structurele manier te kunnen realiseren. In diverse groepjes wordt veel informatie uitgewisseld. Algemene conclusie is dat pedagogiek an sich een plek moet hebben in de organisaties. Er moet een evenwicht worden gevonden tussen de eigen ideeën, die van leidsters in de praktijk en het management. Iedere keer moet je als pedagoog er in springen en vragen: wat betekent deze maatregel voor de kinderen. Belangrijke voorwaarden liggen op het gebied van tijd, geld, positie en een duidelijke overlegstructuur. In dit verband is het interessant dat veel van de deelnemers een managementfunctie hebben en daarnaast of daarbinnen een (beperkt) aantal uur voor de pedagogische kant.
Op de vraag: wat zou het platform kunnen doen aan het versterken van de rol van de pedagogen, komt als antwoord naar voren: het samenstellen van een bestand met gegevens van pedagogen waardoor men elkaar kan vinden. Hiervoor zou een format ontwikkeld kunnen worden, enkele deelnemers zullen een voorbeeld hiervan zenden aan het secretariaat van het platform. Het is belangrijk dat iedereen haar emailadres opgeeft, zodat je bereikt kunt worden. Het bijeenkomen zoals vandaag voorziet in een behoefte. Gesproken wordt over de mogelijkheid voor regionale netwerken (die op enkele plekken al functioneren, wil het platform dat verzamelen en doorgeven aan de deelnemers) en over landelijke congressen twee tot drie keer per jaar.
Gesprek over: wat is er nodig om de dingen die we echt belangrijk vinden te realiseren (dit kan, maar hoeft niet met consensus te eindigen). Wat zou het landelijk pedagogenplatform hierin kunnen betekenen (hebben onze collega's hier bepaalde verwachtingen bij)