'Open-deuren-beleid'
Verslag: Sylvia Deneer
Een weergave van de discussiepunten tijdens deze workshop:
Bij de start van de workshop was meteen duidelijk dat de term 'open-deuren-beleid' een slechte term is. 'Open deuren' is een middel om bepaalde doelen te bereiken in het werken met kinderen. De visie die eraan ten grondslag ligt is gericht op ruimte geven aan kinderen, aansluiten bij hun behoeften en mogelijkheden, meer mogelijkheden bieden voor eigen initiatief, zorgen dat kinderen zichzelf kunnen en mogen zijn. 'Wat sluit aan bij deze kinderen in deze groep', is dan de centrale vraag. Als je op deze manier naar kinderen gaat kijken en daar als groepsleiding bij aan wil sluiten, kan het werken met open deuren een middel zijn.
Wat betekent deze visie en manier van werken voor:
Groepsleiding:
Het belangrijkste proces bij groepsleiding is dat van de ontwikkeling van 'leiding' naar 'begeleiding'. In de praktijk gebeurt het vaak dat een (eventueel nieuwe) visie vertaald wordt in (nieuwe) regels en dogma's. Daarbij gaat het vooral om het 'beheersen' van de groep: controle en overzicht. Groepsleiding zou af moeten stappen van dit beheersmodel en meer kindgericht gaan kijken en werken. Om te komen van leiden tot begeleiden is reflectie op het eigen handelen een voorwaarde. Een open houding, dingen durven uit proberen en samenwerken met collega's zijn daarbij wezenlijke onderdelen. Het is absoluut een voorwaarde dat groepsleiding zélf invloed uit kan oefenen op de manier waarop zij in de praktijk het werken met open deuren gestalte geven.
De ruimte:
Groepen meer naar functie inrichten, niet allemaal dezelfde inrichting en hetzelfde speelgoed. Minder prikkels en meer rust op de groepen (licht, dingen aan de muren, gebruik van materialen) is belangrijk voor de sfeer.
De kinderen:
Aansluiten bij de interesse en mogelijkheden van kinderen betekent dat kinderen zich prettiger voelen en meer zelf initiatief kunnen nemen. Wil een kind in de groep blijven dan is dat prima, wil een kind op een andere plek met ander speelgoed gaan spelen, dan is dat ook goed. Ook de kinderen zelf worden daardoor rustiger en kunnen meer hun eigen ontwikkeling volgen (iets gaan doen op het moment dat ze er echt aan toe zijn).
De ouders:
Leidsters en kind (en ouders) koppelen in een bepaald kind-volg systeem zodat de informatie aan ouders (wat de ontwikkeling van het kind betreft) duidelijk is. Ouders moet je soms ook eerlijk vertellen dat je niet alles van het kind gezien hebt, op een dag. Het is wel zó te organiseren (informatieborden, overdracht) dat ouders goed op de hoogte kunnen zijn van wat hun kind meemaakt (interesse, belangstelling) op het kindercentrum.
De werkbegeleiders/pedagogen:
Díe vragen aan groepsleidsters stellen die leiden tot reflectie op het eigen handelen en tot inzicht en koppeling van visie aan praktijk. Leidsters moeten zelf kunnen beslissen op welke manier zij in de praktijk vorm geven aan 'open deuren'. Als werkbegeleider moet je je ervan bewust zijn dat je een proces begeleidt van 'beheersen' naar 'begeleiden'. Dit gaat stap voor stap en als groepsleiding daar zelf géén invloed op uit kan oefenen (als verteld wordt hoe het in de praktijk moet gaan) zal het niet lukken. De visie is daarbij de kern en het uitgangspunt, de 'open deuren' het middel.
Ten slotte wat 'nieuwe' termen die wellicht meer recht doen aan deze manier van werken:
- Kindercentrum gericht werken
- Kind volgend samen onderweg
- Ruimte voor kinderen
Het laatste woord is over 'open-deuren beleid' nog niet gezegd, dát is in ieder geval duidelijk.