Tekstballon

De rol van pedagogen in de kinderopvang

Verslag ochtendsessie LPK-congres 2003 – 16 deelnemers, waarvan 6 halverwege een apart groepje vormen om het persbericht in reactie op de uitspraken van Dhr. van Gennip voor te bereiden. Margot Meeuwig is gespreksleider, Desiree Okhuijsen maakt verslag.

Onderwerpen

  • Functies, rollen en taken van kinderopvangpedagogen
  • Spagaat tussen pedagogische en andere belangen
  • Ontwikkeling van kinderopvang pedagogiek:
    noodzaak tot samenwerken
    • Samenwerking tussen pedagogen en kinderopvanginstellingen
    • Samenwerking van pedagogen met opleidingen (MBO, HBO, WO)

Omdat dit eerste congres van het LPK mede ten doel heeft in kaart te brengen wie de pedagogen in de kinderopvang zijn en welke functies zij hebben, beginnen we met een uitgebreide voorstelronde. Ter inleiding op het gesprek stelt Margot dat binnen een kinderopvangorganisatie de pedagoog een centrale en integrale functie heeft. Of, misschien realistischer: zou moeten hebben. Want in een kindercentrum is alles pedagogisch: personeelsbeleid, inrichting, organisatie, etc. Margot vraagt in hoeverre de deelnemers in hun eigen functie en binnen hun organisatie een strijd tussen pedagogische inhoud enerzijds en anderzijds financieel-organisatorische belangen ervaren. Is deze 'constante spagaat' een knelpunt voor pedagogen?

Functies, rollen en taken van kinderopvangpedagogen
 

Functies
  • Pedagoog
  • Beleidsmedewerker P en O
  • Kwaliteitsmedewerker, beleidsmedewerker kwaliteit
  • Adjunct-hoofd kinderdagverblijf
  • Kwaliteitsbegeleider
  • Coördinator NSO
  • Pedagogisch stafmedewerker
  • Pedagogiekontwikkelaar
  • Pedagogisch begeleider, pedagogisch medewerker, pedagogisch werkbegeleider
  • Zelfstandig trainer pedagogische vaardigheden
  • Adviseur pedagogische opleidingen
  • Extern ondersteuner van pedagogen
  • Extern pedagogisch en organisatorisch adviseur
  • Redacteur tijdschrift Management Kinderopvang
Rollen en taken
  • Ontwikkelen van (al dan niet in-service) trainingen aan groepsleiding en hoofden
  • Geven van (al dan niet in-service) trainingen aan groepsleiding en hoofden
  • Begeleidingsgesprekken met groepsleiding
  • Begeleidingsgesprekken met hoofden(genoemde onderwerpen: teambegeleiding, problemen met kinderen)
  • Ontwikkelen van pedagogisch beleid
  • Ondersteuning op het gebied van pedagogisch beleidsontwikkeling
  • Ondersteunen van groepsleiding bij observeren van de kinderen
  • Coaching en teambegeleiding van groepsleiding en leidinggevenden
  • Stagebegeleiding
  • Observeren in de groepen
  • Coördineren NSO
  • (Bij)scholing van groepsleiding en leidinggevenden

In de voorstelronde blijkt dat pedagogen in de kinderopvang een grote diversiteit aan functies bekleden en dat een minderheid alleen pedagogische taken heeft. Het merendeel van de aanwezige pedagogen werkt bij een organisatie die kinderopvang biedt en heeft direct te maken met leidinggevenden en in iets mindere mate met groepsleiding. Zij ervaren deze directe betrokkenheid bij de werkvloer als een groot voordeel omdat zij daardoor goed weten wat er speelt. De externe pedagogen besteden veel tijd om op de hoogte te blijven, o.m. door netwerkcontacten en het lezen van vakliteratuur. Zij ervaren als voordeel dat zij als buitenstaander een onafhankelijker positie hebben. Opvallend is, dat iedere organisatie een eigen benaming geeft aan de functie: pedagoog, pedagogisch begeleider / stafmedewerker / werkbegeleider, etc. Een aantal pedagogen is kwaliteitsmedewerker met 'het pedagogische' als specialisatie. De diversiteit aan benamingen en functies heeft onder meer te maken met de organisatie van de specifieke kinderopvangonderneming en de positie van de pedagogen daarbinnen: wel of niet deeluitmakend van het managementteam ('in of uit de lijn') en of de organisatie specifiek pedagogische functies heeft of meer algemene kwaliteitsfuncties. Het komt ook doordat sommige pedagogen een dubbele functie hebben: bijvoorbeeld adjunct-hoofd die medewerkers coached en daarnaast zelf in de groep werkt, of pedagoog voor de organisatie en coördinator van de NSO.
Een aantal deelnemers van deze groep zou graag zien dat het LPK verder in kaart brengt wat de functies, rollen en taken van pedagogen in de kinderopvang zijn.

Spagaat tussen pedagogische en andere belangen

Alle aanwezige pedagogen herkennen de positie van de pedagoog tussen pedagogische en andere belangen. Een minderheid (werkzaam bij de Haagse kinderopvangorganisaties of als externe adviseurs / trainers) heeft er in het eigen werk niet mee te maken, het merendeel loopt er regelmatig tegenaan binnen de eigen organisatie.

De volgende zaken worden benoemd:

  • Pedagogische inhoud en belang van het kind worden geremd door financiële middelen, zeker nu het economisch minder goed gaat.
  • Vooral voor pedagogen uit een kleinere organisatie zijn het continue afwegingen. Een voorbeeld: kies je voor zoveel mogelijk voltijdse leidster in de babygroep vanwege de continuïteit voor de kinderen, of kies je voor deeltijdfuncties omdat dat praktischer is met inroosteren?
  • Het management stelt andere eisen aan kwaliteit dan de pedagoog. Pedagogische inhoud wordt gezien als een onderdeel van kwaliteit als geheel, niet als basis.
  • Hoe maak je (het belang van) pedagogische inhoud hard naar (de rest van) het managementteam? 'Het belang van het kind' is op verschillende manieren in te vullen; het is geen hard criterium. Kun je het middenmanagement van de organisatie hiertoe trainen?
  • Zowel binnen de organisaties als daarbuiten is het beeld van de pedagoog niet helder. Ben ik als pedagoog wel zichtbaar?
  • Leidinggevenden, groeps/clusterhoofden en sommige pedagogen hebben ook andere taken dan sec pedagogische (bijvoorbeeld coachen, BHV, ergonomisch werken), die vaak veel tijd vergen. Hierdoor kunnen de pedagogisch-inhoudelijke taken in het gedrang komen.

In het gesprek wordt geconstateerd dat in veel gevallen nog niet de hele organisatie is doordrongen van pedagogische belangen. De aanwezige pedagogen moeten er vaak hard voor vechten om te zorgen dat de pedagogische inhoud niet het sluitstuk is. We constateren dat dit eigenlijk de omgekeerde wereld is. Binnen een kinderopvangorganisatie zou pedagogiek de basis moeten zijn van waaruit de instelling wordt georganiseerd en als zodanig zouden pedagogen een integrale functie moeten innemen binnen de instellingen. Als pedagoog ben je de verbindende schakel tussen enerzijds de werkvloer (kinderen, groepsleiding, ouders) en anderzijds (de rest van) het managementteam. Eigenlijk zou de directeur de pedagogische schwung in een organisatie moeten brengen, de andere werknemers voeren die uit.

Een aantal pedagogen maakt deel uit van het managementteam van de organisatie. Voordeel hiervan is, dat je als pedagoog dan meer kunt samenwerken met de andere managers en dat je direct kunt ingrijpen als het de verkeerde kant uit lijkt te gaan. Nadeel is dat je dan inderdaad tussen pedagogische en andere belangen klem kunt komen te zitten. Pedagogen die geen deel uitmaken van het managementteam zien het als voordeel dat zij zich ongevraagd 'overal mee kunnen bemoeien', maar een groot nadeel kan zijn dat je steeds achteraf reageert op reeds genomen beslissingen.

Los van de vraag hoe de functie van de pedagoog ingevuld wordt en hoe onderneming georganiseerd is, over het algemeen is de positie van de kinderopvangpedagoog zwak. Veel van de aanwezige pedagogen voelen dat zij er min of meer alleen voor staan. Als oorzaak wordt genoemd, dat (de waarde van) het beroep kinderopvangpedagoog niet helder is. Onderliggende oorzaak is, dat de integrale functie van de pedagogiek niet duidelijk genoeg is. De discussiegroep ziet hier belangrijke taken voor het LPK. Een andere oorzaak is, dat individuele kinderopvangpedagogen steeds zelf moeten uitzoeken hoe zij met 'de spagaat' om kunnen gaan. Meer contact en uitwisseling met andere kinderopvangpedagogen, bijvoorbeeld in regionaal en landelijk verband (netwerk), zou hen hierbij kunnen ondersteunen. Pedagogen uit Friesland, Groningen en Drenthe hebben onlangs hiertoe het initiatief genomen. Wellicht is deze netwerkfunctie een taak voor het LPK?

Ontwikkeling van kinderopvangpedagogiek: noodzaak tot samenwerken

In de voorstelronde worden twee vragen op het gebied pedagogiekontwikkeling benoemd:

  • Hoe organiseer je de instelling zo dat het pedagogisch beleid ook daadwerkelijk wordt gedragen door leidinggevenden en leidsters?
  • Als begeleider van pedagogen en leidinggevenden zie ik hen worstelen met de vraag: hoe een pedagogiek van de grond te krijgen?

De discussie richt zich op de vraag naar samenwerking met collega-pedagogen en met de opleidingen. De groep is het erover eens, dat deze samenwerking voor een gedegen ontwikkeling van de pedagogische inhoud van de kinderopvang noodzakelijk is.

Samenwerking tussen pedagogen en kinderopvanginstellingen

Er zijn kinderopvangorganisaties die op dit gebied samenwerken, bijvoorbeeld in Den Haag. Idealiter zouden de pedagogen en de kinderopvangorganisaties veel meer en intensiever samen kunnen werken. Organisaties zouden dat wat zij ontwikkelen, meer kunnen delen met anderen. Ook zouden pedagogen van verschillende organisaties gezamenlijk kunnen werken aan het ontwikkelen van pedagogische inhoud. Het LPK zou hierin een rol kunnen spelen. Knelpunten hierbij kunnen zijn: financiën (wie betaalt?) en andere bedrijfsbelangen (je werkt samen maar bent ook concurrent van elkaar).

Samenwerking van pedagogen met opleidingen (Mbo, Hbo, WO)

De discussiegroep benoemt, dat de positie van kinderopvangpedagogen zo zwak is, doordat het beeld van hun beroep niet helder is. Voorwaarde hiervoor is een duidelijk geformuleerde kinderopvangpedagogiek, als vertrekpunt of basis. Dit laatste is een taak van onder meer de universiteiten en pedagogische wetenschappers. De afgelopen jaren zijn een aantal onderzoeken naar kinderopvang gedaan, maar de kinderopvang heeft juist behoefte aan ontwikkeling: pedagogiekontwikkeling, werkontwikkeling. Pedagogen zouden aan de universiteiten kaders aan kunnen geven voor bruikbaar onderzoek en pedagogiekontwikkeling (incl. onderzoeksstages doctoraalstudenten). In samenwerking met de Hbo-opleidingen zou het beroep, de taken en rol van de kinderopvangpedagoog verder ontwikkeld kunnen worden. En natuurlijk ook de opleiding ertoe. Ook in de Mbo-opleidingen tot groepsleiding zouden kinderopvangpedagogen hun stem meer moeten laten horen, zodat de opleiding beter aansluit bij het werken in de praktijk. Een voorbeeld: de opleiding is te sterk gericht op verzorging en biedt te weinig pedagogiek / pedagogische vaardigheden. Voor alle opleidingen geldt, dat pedagogen meer betrokken zouden moeten worden bij het ontwikkelen van stages.

De discussiegroep ziet de samenwerking van pedagogen met de opleidingen als belangrijke taak voor het Pedagogenplatform.