Pedagogische kwaliteit kinderopvang bij gastouders
Auteur: Ans Vermeulen, werkzaam als pedagoog bij Koepel Kinderopvang Wageningen en lid van het Landelijk PLatform Kinderopvang. Dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift Mangement Kinderopvang van november 2006.
Dienstverlening van gastouderbureaus bestaat meestal uit bemiddeling en begeleiding van kinderopvang bij gastouders*. De GGD inspecteert de bureaus, bij certificering wordt de werkwijze van het bureau getoetst aan de HKZ normen. Maar hoe zit het eigenlijk met de kwaliteit van de opvang zelf? Welke eisen stellen we daaraan? En kunnen we die kwaliteit garanderen? Het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang ging hierover in discussie.
Ontwikkelingsbehoeften van kinderen
Uitgangspunt voor pedagogische kwaliteit is het tegemoetkomen aan de ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Het gaat om zaken als: aandacht van een kindgerichte volwassene, stabiliteit, contact met andere kinderen, autonomie en een uitdagende en gezonde omgeving. De kinderopvang moet aan deze basale behoeften tegemoet komen, zowel in kindercentra als bij gastouders.
De methodiek bij gastouders is wel anders dan die op een kindercentrum. De gezinssituatie bij een gastouder biedt andere mogelijkheden dan de opvang in grotere groepen binnen een kindercentrum. Kleinschalige opvang in een gastgezin is maatwerk, de groepsopvang in kindercentra is meer geïnstitutionaliseerd. Of ‘anders’ bij een gastouder ook ‘goed’ is voor kinderen, bepaalt in eerste instantie het gastouderbureau en in tweede instantie de vraagouder.
Er is bij ouders over het algemeen erkenning en waardering voor de kleinschaligheid en flexibiliteit van gastouderopvang. Maar hoe kun je als kinderopvangorganisatie de kwaliteit waarborgen van een opvangsoort die zich in de praktijk in zoveel verschillende vormen kan manifesteren?
Hoe ziet de praktijk eruit?
De verantwoordelijkheid van de meeste gastouderbureaus bestaat uit werving en selectie van gastouders, bemiddeling tussen gastouders en vraagouders en in beperkte mate begeleiding van de opvang. De vraagouder is opdrachtgever voor de gastouder. Het bureau schept de voorwaarden: zorgvuldige selectie op basis van voorafvastegestelde criteria, uitvoering van de jaarlijkse RI V&G, scholing voor gastouders en deugdelijke contracten. De basis voor de pedagogische kwaliteit van de opvang wordt bepaald door het pedagogisch beleid van het gastouderbureau. Dit beleid is vertaald naar de selectiecriteria voor gastouders.
Er zijn gastouderbureau die hun gastouders ondersteunen en stimuleren om, binnen de kaders van het pedagogisch beleid van het bureau, een eigen pedagogisch profiel op te stellen. Het opstellen van een dergelijk profiel heeft een toegevoegde waarde. Het geeft inzicht in de specifieke pedagogische aanpak van de gastouder en kan zo een hulpmiddel zijn bij bemiddeling. Niet alleen voor het bureau maar ook voor de vraagouder. Het is ook een referentiekader bij begeleidingsgespekken, evaluaties en oudergesprekken.
Aandachtspunten
Uitgaande van de ontwikkelingsbehoeften van kinderen komen in de discussie in het pedagogenplatform vier punten naar voren die extra aandacht vragen:
- zijn er bij de gastouder voldoende mogelijkheden voor interactie met andere kinderen van dezelfde leeftijd?
- is er bij gastouders voldoende aandacht voor ontwikkelingsstimulering?
- kan de gastouder voldoende bieden als het gaat om kinderen leren omgaan met diversiteit?
- in hoeverre is het mogelijk de pedagogische kwaliteit van de opvang te garanderen?
Interactie met andere kinderen
De interactie met leeftijdsgenoten is bij een gastouder soms maar beperkt mogelijk. De gastouder vangt bijvoorbeeld lang niet altijd vier kinderen tegelijkertijd op. Of haar eigen kinderen zijn een stuk ouder of al de deur uit. De situatie verschilt per gastouder. Franchise-gastouders vangen over het algemeen vaker vier kinderen tegelijkertijd op zodat dit probleem daar minder speelt.
Ouders van een baby vinden vaak de exclusieve aandacht van de gastouder voor hun kind erg prettig. Maar zodra de baby een dreumes en de dreumes een peuter wordt neemt de behoefte aan contact met andere kinderen toe. Er zijn gastouderbureaus die dankzij samenwerking binnen hun eigen organisatie mogelijkheden kunnen bieden voor een combinatie van gastouderopvang met een dagverblijf of speelzaal.
Er zijn meer mogelijkheden om de interactie-mogelijkheden voor kinderen bij gastouders te vergroten:
- gastouders die regelmatig met kinderen op bezoek gaan bij dagverblijf of speelzaal of met kinderen deelnemen aan bepaalde activiteiten op het kindercentrum of op de BSO
- het vormen van kleine groepen gastouders die regelmatig bij elkaar komen bij een van de gastouders thuis of in een andere daarvoor geschikte ruimte,
- gastouders die gebruik maken van de buitenruimte van het kindercentrum.
Ontwikkelingsstimulering
Beschikken gastouders over voldoende kennis en vaardigheden om de ontwikkeling van kinderen te stimuleren? Aan gastouders in Nederland worden geen opleidingseisen gesteld. Gastouderbureau’s moeten hier rekening mee houden bij het aanbod van begeleiding en bijscholing. Veel gastouderbureaus kennen een vorm van introductie-bijeenkomsten voor nieuwe gastouders waarin ontwikkeling van kinderen een van de onderwerpen is. Gastouders kunnen hun eigen meting welbevinden uitvoeren en bijvoorbeeld meewerken aan de overdracht naar de basisschool. Hen betrekken bij dit soort activiteiten vergroot hun kennis en daagt hen uit meer na te denken over alle aspecten van de ontwikkeling van de kinderen die ze opvangen
Tenslotte zijn faciliteiten als een bibliotheek-pasje, een abonnement op de plaatselijke spel-o-theek en een rouleer-abonnement op een vaktijdschift e.d. eenvoudig te regelen.
Omgaan met diversiteit
Kinderen leren hoe ze om kunnen gaan met diversiteit in de samenleving doe je vooral door ze diversiteit te laten ervaren. Door contacten met kinderen en mensen die anders zijn leren kinderen dat de wereld uit heel veel verschillende mensen bestaat. Het kan gaan om etnische verschillen, sociale verschillen en om kinderen met lichamelijke of geestelijke beperkingen. Niet elk kindercentrum geeft prioriteit aan leren omgaan met diversiteit. Maar de kans dat kinderen op een kindercentrum in contact komen met kinderen die anders zijn, is nu eenmaal groter dan bij een gastouder. Het is daarom een extra aandachtspunt voor gastouders. Het gastouderbureau kan hen hierbij ondersteunen. Ook bezoeken van de gastouder met kinderen aan of gezamenlijke activiteiten met speelzaal of dagverblijf of BSO kunnen op dit punt bijdragen.
De match bij gastouderopvang is essentieel en ouders hebben het laatste woord over de keuze van het gastgezin. Zij kunnen voorkeur hebben voor een gezin uit eigen cultuur- en taalgebied of juist niet. De Wet kinderopvang stelt dat kinderen in het Nederlands aangesproken moeten worden. Dit vraagt speciale aandacht bij de werving en selectie van gastouders.
Behoefte aan zekerheid, garanties en professionaliteit
Het aspect ‘beheersen van de geboden kwaliteit en ontbreken van voldoende mogelijkheden daartoe’ kwam in de discussie in het pedagogenplatform steeds terug. Het platform is negatief over de ‘uitgeklede pakketten’ van gastouderbureaus. Alleen de contracten worden hierbij goed geregeld maar er is geen enkel toezicht op de opvang vanuit het bureau, anders dan de jaarlijks verplichte RI Veiligheid en Gezondheid. Dit soort pakketten zijn ontstaan vanuit economische motieven van zowel de bureau ‘s (die hiermee de bemiddelingskosten kunnen innen) en de ouders ( die zo ook bij gebruik van de oppasoma/ buurvrouw de bijdrage van de fiscus kunnen innen). Kindbelangen lijken hier een ondergeschikte rol te spelen.
De meest voorkomende situatie in Nederland is die van de freelance gastouder. In die situatie kan een gastouderbureau geen garanties bieden voor de beloofde kwaliteit. Het controleren(en zonodig ontslaan) van de gastouder is immers de taak van de vraagouder.
Dit betekent niet dat je de professionaliteit van gastouders op een aantal punten niet verder zou kunnen verbeteren. Het is bijvoorbeeld mogelijk om van elke gastouder in de selectieprocedure een portfolio te vragen, vergelijkbaar met een EVC-procedure. Een vergelijking met een competentieprofiel voor gastouders laat dan zien wat de gastouder kan en wat ze nog mist. Dat kan vervolgens de basis vormen voor scholing en bijscholing. Daarvoor moeten we definiëren waaruit de professionaliteit van gastouders moet bestaan, uitgaande van de ontwikkelingsbehoefte van kinderen.
Samenwerking
Samenwerking tussen gastouders en groepsleiding, bijvoorbeeld in de vorm van intervisie, kan de professionaliteit van beiden vergroten. Het van elkaar leren en elkaar ondersteunen kan ook gestimuleerd worden door (gedeeltelijk) gezamenlijke bijscholing.
Een organisatie die ook gastouderopvang aanbiedt, verruimt de praktische keuzemogelijkheden voor ouders. Dan kunnen planning en plaatsing / bemiddeling optimaal op elkaar afgestemd worden. Daarbij moet de ontwikkelingsbehoefte van kinderen altijd centraal staan. Voor sommige kinderen is kleinschalige opvang meer geschikt, andere kinderen gedijen beter in een kindercentrum, vooral als ze wat ouder worden.
Samenwerking op alle fronten en op basis van gelijkwaardigheid zorgt voor ontwikkeling van het vak, waarbij de eigen-aardigheid van gastouderopvang en groepsopvang elkaar aanvullen en uitdagen. Daarin liggen de kansen voor de verdere ontwikkeling van professionaliteit, ook van gastouders.
*) De situatie is anders als gastouders in dienst zijn of werken als franchise gastouder, maar dit komt relatief weinig voor.