Tekstballon

Gezondheidsopvoeding

Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang
Thema: Gezondheidsopvoeding
Auteur: Monnie Paashuis

De gezondheidsopvoeding in het algemeen en die van jonge kinderen in het bijzonder is anno 2007 een terugkerend discussiethema bij beleidsmakers. Extra financieringsstromen worden ingezet voor programma’s om de gevaren van ongezonde voeding en te weinig beweging onder de aandacht te brengen, schade te voorkomen en/of concreet aan te pakken. Ook in de media zijn discussies vanuit allerlei invalshoeken gaande. Aanleiding voor het pedagogenplatform voor een discussie en standpuntbepaling over gezondheidsopvoeding in de kinderopvang.

De Wet Kinderopvang en gezondheidsopvoeding

Gezondheidsopvoeding wordt als taak expliciet genoemd in de Wet Kinderopvang; men dient opvang te bieden die ‘bijdraagt aan een goed een gezonde ontwikkeling van het kind’ (art. 49, WKO). In het verlengde van ‘de gezonde school’ komen er gedachten op aan ‘de gezonde kinderopvang’.

Naar een gezonde kinderopvang?

Het platform pleit ervoor de door Riksen-Walraven genoemde opvoedingsdoelen en persoonlijke competenties van kinderen uit te breiden met de houding van kinderen t.o.v. voeding en beweging en de vaardigheid van kinderen om een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Bij de term gezonde leefstijl denken we aan het actief stimuleren van de eigen geestelijke, fysieke en sociale gezondheid en het leren beperken van gezondheidsrisico’s op allerlei terrein. In deze notitie wordt vooral ingegaan op de fysieke gezondheid van kinderen.
Bij kinderen is van jongs af aan een intrinsieke motivatie tot een gezonde leefstijl aanwezig en deze kan worden aangesproken. Kinderen hebben vooral ruimte, voorbeelden, ondersteuning en informatie nodig om stapsgewijs en in toenemende mate zelfstandig en verantwoordelijk, zelf de zorg over hun lichaam en hun omgeving te nemen.

Uitgangspunten bij ‘de gezonde kinderopvang’

  1. Kinderen hebben een intrinsieke motivatie om te spelen en te leren en zodoende de verschillende persoonlijke competenties te ontwikkelen. Vanuit de motivatie ontwikkelen kinderen zich met plezier, op zeer diverse wijzen en vanuit een evenredige waardering voor de verschillende ontwikkelingsgebieden en eigen kwaliteiten. Het pedagogisch klimaat binnen de kinderopvang ondersteunt en stimuleert een evenwichtige ontwikkeling van kinderen. De vaardigheid voor het realiseren van een gezonde leefstijl maakt hiervan onderdeel uit.
  2. Eenzijdige maatschappelijke beoordeling van kwaliteiten, eenzijdige ontwikkelingsstimulering en /of eenzijdige voorbeelden kan een risico inhouden voor een uitgebalanceerde ontwikkeling van jonge mensen. Een evt. onbalans roept vragen, behoeften en daarmee de motivatie bij kinderen op voor onderzoek en ontdekking op het minder ontwikkelde terrein.
    Het is o.m. aan de kinderopvang onbalans te signaleren, binnen de pedagogische aanpak een antwoord te formuleren en kinderen expliciet te ondersteunen bij de ontwikkeling op het terrein dat (te) weinig aan bod komt. Denk aan extra aandacht voor bewegen, buitenspelen, creativiteit, techniek, etc.
  3. Binnen het terrein van gezondheidsopvoeding zijn ouders, groepsleiding en groepsgenoten de voorbeelden waarvan geleerd en waaraan getoetst wordt. Vanuit dit oogpunt is het van belang dat opleidingen en organisaties voor kinderopvang expliciet aandacht hebben voor gezondheidsopvoeding en voor een gezonde leefstijl van de groepsleiding.
    De kinderopvang heeft een beperkte taak voor wat betreft de gezondheidsopvoeding van ouders. De gezondheidsopvoeding wordt doeltreffend vormgegeven door hierin gespecialiseerde instellingen bijv. de consultatiebureaus is de taak van de kinderopvang beperkt tot signalering en evt. doorverwijzing. Onze taak is in de eerste plaats gericht op de kinderen.

Een gezonde leefstijl

Gezondheid houdt zowel lichamelijk als geestelijk welbevinden in. Lichamelijk en geestelijk welbevinden versterken elkaar. De competentie om een gezonde leefstijl te kunnen realiseren gaat bovendien over de persoon in combinatie met anderen en de leefomgeving.
Invalshoek voor het stimuleren van een dergelijke gezonde leefstijl is het aanspreken van de intrinsieke motivatie en het positief stimuleren van kinderen. Dit in tegenstelling tot een scala aan gezondheidsge- en verboden. Het is heerlijk om je te bewegen en je lekker in je lijf te voelen. Het is fijner om je tanden te poetsen omdat het je lekker schoon doet voelen in plaats van tandenpoetsen vanwege het eindeloze gehamer op gaatjes.
Het doel is de besluitvaardigheid en het vertrouwen in eigen denken van kinderen te ontwikkelen. Begeleiding en ondersteuning bij het nemen van de eigen besluiten van kinderen is essentieel en komt in plaats van het uit handen nemen van de verantwoordelijkheid en het overnemen van besluitvorming.
Aspecten van een gezonde leefstijl zijn:

  1. Zelfkennis; kinderen kennen en zijn zich bewust van hun eigen lichaam. Dit houdt o.a. in dat ze zichzelf respecteren, weten wat ze wel en niet willen, weten welke behoeften ze hebben en dit kenbaar kunnen / durven maken. Hierbij hoort ook grenzen durven stellen en opkomen voor jezelf op de terreinen en van aanraken, intimiteit en seksualiteit, voeding, beweging en behoefte aan rust, hygiëne, risico’s nemen, een gezonde leefomgeving, etc.
  2. Kennis; kinderen hebben de meest essentiële kennis die nodig is om zichzelf gezond te houden en krijgen voorbeelden hoe anderen (ouders, groepsleiding) deze kennis en informatie in praktijk brengen (handen wassen, tanden poetsen, gezond eten, opruimen, bewegen, etc.).
  3. Plezier en discipline; vanuit zelfkennis en kennis omtrent gezondheid ontwikkelen kinderen de gewoonten en de discipline die een gezonde leefstijl actief bevorderen. Daar hoort bij dat kinderen plezier en bevrediging ervaren in de dingen die ze hiervoor doen en laten (bewegen is leuk). Verantwoordelijkheid dragen en zelfstandigheid ontwikkelen (je neus snuiten of handen wassen ook al heb je er geen zin in, niet alleen snoepen, maar ook iets gezonds eten) en daarmee in toenemende mate onafhankelijk van volwassenen worden, geeft het bevredigende gevoel van eigen macht en kracht.

Het pedagogisch klimaat

Uitgaande van de intrinsieke motivatie van kinderen voor een gezonde leefstijl is het van belang de voorwaarden in het pedagogisch klimaat mee te nemen. Hierin heeft zowel de organisatie als de groepsleiding een taak.
Het pedagogisch beleid binnen ‘de gezonde kinderopvang’ kent de volgende kenmerken:

  1. Kinderen worden beschermd voor risico’s met grote gevolgen (d.m.v. de wettelijk verplichte risico-inventarisatie). Er is ruimte voor aanvaardbare risico’s. De groepsleiding kan de risico’s (voor personen en de groep) inschatten en bouwt deze stap voor stap op. Binnen de veilige basis en bescherming voor kinderen zijn de behoefte tot onderzoeken van de omgeving en het hebben van bewegingsvrijheid essentiële onderdelen. Immers, we leren het meest over onszelf, ons lijf, onze behoeften, etc. wanneer we voluit kunnen experimenteren en ontdekken. Door de combinatie van bescherming en uitdaging worden kinderen vanuit preventie, veiligheidsoverwegingen en controle niet onnodig beperkt in hun bewegingsvrijheid en wordt integendeel leren omgaan met ‘gevaar’ erkent als waardevol onderdeel van ontwikkeling.
  2. De groepsleiding zoekt in de praktijk actief naar mogelijkheden om allerlei activiteiten gepaard te laten gaan met bewegen (bijv. bij voorlezen, tekenen, zingen, spel), om plezier in bewegen te ontwikkelen en om te leren wat het effect van bewegen is op je lichaam. Beweging wordt als basisbehoefte van kinderen gezien. Om een paar voorbeelden te noemen:
    • Kinderen leren de signalen van hun lichaam herkennen, dat ze dorst hebben na het rennen of als stoeien niet meer fijn voelt; dat ze soms zweten en op andere momenten kippenvel krijgen. Sta er bij stil dat dansen zoveel plezier geeft of dat het zo heerlijk vrij en ontspannen voelt in je lijf na een bad.
    • Baby’s ervaren voldoende bewegingsvrijheid, oog voor lichaamstaal en bewuste en zorgvuldige aanraking
    • Het aantal malen waarop en de tijdsduur van de momenten dat kinderen (stil en /of aan tafel zitten) zitten is beperkt. Kleuters hebben het nodig om minimaal 50% van de tijd te bewegen.
    • Draag binnen de bso, zorg voor een uitdagend en aansprekend activiteitenpakket en /of spelaanbod met bewegen als thema en aansluitend bij de leeftijd (rap, dans, bouwen, etc.) als tegenwicht voor een schooldag
  3. Er is sprake van goede hygiëne en een goede zorg voor de omgeving. Beide hebben immers gevolgen voor het welbevinden en gezondheid van kinderen.
    • Leer kinderen een bijdrage leveren aan een gezonde omgeving door hen gezonde gewoontes te laten ontwikkelen; hand voor je mond als je hoest, handen wassen na de wc.
    • Kinderen ervaren het gemak en plezier van een opgeruimde, geordende en rustige omgeving en leren hiervoor zelf zorg te dragen doordat groepsleiding samen met de kinderen de groepsruimte opruimt en schoonmaakt.
  4. Geluid is beperkt en selectief met een pedagogische bedoeling op de groep aanwezig:
    • Het gehoor van kinderen is scherper dan dat van volwassenen; de groepsleiding zorgt voor voldoende rust en is alert op overprikkelen.
    • Geluid in de vorm van bijv. muziek is bedoeld om met aandacht gehoord te worden en wordt in die zin aan kinderen aangeboden (dus bijv. niet zomaar de radio aan op de groep).
  5. Het voedingsbeleid wordt gekenmerkt door het aanbod van gezonde, aantrekkelijk en smaakvolle voeding met voldoende variatie en bereidt met liefdevolle aandacht.
    • De kinderen helpen mee met de bereiding en het dekken van de tafel.
    • Groepsleiding leeft voor met hoeveel plezier je voor jezelf kunt te zorgen en op hoeveel verschillende wijzen je dit kunt doen (binnen, buiten, picknicken, aan tafel)
    • Groepsleiding toont en leert kinderen respect voor wat op tafel staat
  6. De wijze waarop voeding wordt aangeboden is aantrekkelijk en gevarieerd. Het laat kinderen ervaren hoe je er van kunt genieten, houdt rekening met individuele verschillen in het eetpatroon van kinderen en het honger- en dorstgevoel dat bij kinderen heel sterk kan zijn. De regels rondom eten op de groep zijn flexibel en dragen er zorg voor dat peuters:
    • niet te lang aan tafel zitten bijvoorbeeld doordat ze niet altijd op elkaar hoeven wachten;
    • niet te lang hoeven wachten voor zij een hap mogen nemen van hun eerste boterham of hun melk pas mogen drinken na de eerste boterham.

Voorwaarden voor ‘de gezonde kinderopvang’

  • Een uitdagende buitenruimte met voldoende vierkante meters (ruimer dan de huidige norm) waardoor de kinderen de kans krijgen voldoende te bewegen en in de buitenlucht te zijn. We denken aan een norm van minimaal 20% van de tijd naar buiten ongeacht het weer (voor lopende kinderen?). De buitenruimte dient derhalve ook aan criteria te voldoen als voldoende beschutting tegen zon, regen en wind, de mogelijkheid voor baby’s om buiten te slapen, een goede structuur zodat slapen en spelen zonder hinder naast elkaar kan plaatsvinden, etc. uitgaande van bewegingsvrijheid, ruimte, bewegen, respect, communicatie door lichaamstaal.
  • Bij de inrichting van de groepsruimte is rekening gehouden met akoestiek en overprikkelen.
  • Bij de selectie van groepsleiding is een goede gezondheidsbewustzijn aanbeveling en gespreksonderwerp als voorbeeldfunctie en als opvoedkundige competentie.
  • De instellingen zoeken actief naar mogelijkheden om een gezonde leefstijl van groepsleiding te stimuleren. Voorbeelden zijn:
    • Uitroepen van ‘bewegen’ als jaarthema.
    • Het aanbieden van allerlei bewegingsmogelijkheden; te denken valt aan een fietsenplan, sporten met korting, gezamenlijk deelnemen aan sportieve evenementen.
    • Een rubriek in vakliteratuur waar groepsleiding gezonde en lekkere recepten kan uitwisselen maakt kinderen en groepsleiding enthousiast voor de juiste voeding. Dat groepsleiding en kinderen hetzelfde eten (ook traktaties!) in de kinderopvang zou tot norm verheven moeten te worden!
  • Opleidingen werken mee aan ‘de gezonde kinderopvang’:
    • Binnen de opleidingen wordt aandacht besteed aan bewegen en mee-bewegen. Het verdient aanbeveling om lichamelijke opvoeding in actieve vorm aandacht te geven binnen de beroepsopleidingen, net zo goed als dit een vak is in het basis- en voortgezet onderwijs.
    • De introductie van het vak ‘gezonde leefstijl’, waarin het belang van bewegen en gezondheid wordt benadrukt. Meebewegen en meespelen door groepsleiding enthousiasmeert kinderen bovendien in hoge mate.
    • Het vak sport- en spelleiding,waarin groepsleiding vaardigheden aanleert voor de begeleiding van sport, spel en creativiteit door middel van bewegen (dans, drama, bewegingsexpressie)

Aanbevelingen voor de pedagogische praktijk:

  1. Zorg voor de positieve ervaring van goede zorg voor jezelf door een gezond klimaat voor de kinderen door de dag heen te realiseren. Hierbij hoort o.a. voldoende beweging, afwisseling in beweging, gezonde voeding, goede hygiëne en beperking van geluid- en visuele prikkels.
  2. Leer kinderen de signalen van hun lichaam herkennen en maak het beleven van je lijf tot gespreksonderwerp met de kinderen.
  3. Leer kinderen in toenemende mate met respect verantwoordelijkheid nemen over hun eigen lichaam en dat van anderen en leer ze omgaan met risico’s, grenzen, discipline, etc.
  4. Schep voorwaarden voor een gezonde pedagogiek door o.a. aandacht voor gezondheidsopvoeding in het pedagogisch beleid, een ruime en goede buitenruimte, goede akoestiek en ventilatie, verantwoord voedingsbeleid, uitdagend spelmateriaal, etc.
  5. Neem zorg voor gezondheid en gezondheidsopvoeding als belangrijk element mee in bijv. personeelsbeleid (sollicitaties, arbeidsvoorwaarden, deskundigheidsbevordering) en als aandachtspunt binnen opleidingen.