Landelijke curriculum voor de kinderopvang
Pedagogisch basisrecept
Door Astrid van de Weijenberg
Er moet een landelijk pedagogisch kader voor de kinderopvang van nul- tot vierjarigen komen, vonden de pedagogen in de kinderopvang. Met een moeilijk woord: curriculum. Het ministerie van SZW kende subsidie toe en daarom kon het project curriculum voor de kinderopvang in november 2006 van start gaan. Dr. Elly Singer (ontwikkelingspsycholoog en pedagoog aan de Universiteit van Amsterdam en Utrecht) en Loes Kleerekoper (pedagogisch stafmedewerker Stichting Kinderopvang Noord-Holland SKN en lid van het pedagogenplatform) maken zich er enkele dagen in de week voor vrij. We interviewden Elly Singer erover.
Wat is een curriculum nou precies?
‘Het is een grondplan waarin staat wat alle partijen in de kinderopvang belangrijk vinden. Een theoretisch kader voor hoe leidsters in de kinderopvang opvoeden.’
Waarom is het eigenlijk nodig dat er een landelijk curriculum komt?
‘Uit onderzoek komt steeds opnieuw naar voren dat leidsters wel goed zijn als het gaat om individuele aandacht voor het kind, maar veel minder in het organiseren van de groep. Dat laatste is ook nieuw en anders dan de gezinsopvoeding. Blijkbaar moeten leidsters meer handvatten hebben om met jonge kinderen in groepsverband te kunnen werken.’
Maar iedere kinderopvangorganisatie heeft toch al een pedagogisch beleid?
‘Dat klopt. Veel kinderopvangorganisaties, zeker de wat grotere, hebben al veel ontwikkeld. Wij willen dit bundelen en verrijken. Wat wij toevoegen is de wetenschappelijke basis. En we zorgen dat het systematisch uitgewerkt is. De pedagogische doelen die in de Wet Kinderopvang staan en ook in het pedagogisch beleid van veel instellingen, zijn vaak ontzettend algemeen. Die zouden bij wijze van spreken ook voor studenten aan de universiteit kunnen gelden. Hoe vertaal je die doelen naar jonge kinderen. Zo’n begrip als sociale competentie bijvoorbeeld. Of hoe draag je normen en waarden over?’
Ja, hoe?
‘Door ieder kind bij binnenkomst te begroeten. Door verjaardagen te vieren. Door afscheid te nemen. Door het omgaan met conflicten. Door samen te delen. Eigenlijk zou iedere locatie een pedagogisch geschoolde coördinator moeten hebben die steeds bepaalde aandachtsgebieden benoemt. Bijvoorbeeld: “Deze week gaan we eens letten op hoe de oudere kinderen de kleintjes helpen tijdens de lunch.”’
Wat maakt een curriculum voor de kinderopvang bijzonder?
‘De samenwerking met ouders is in de kinderopvang anders dan in het onderwijs. Verder zijn sommige dingen typisch Nederlands. Als er over groepsopvoeding wordt geschreven, gaat het altijd over vaste groepen. Maar dat is in de kinderopvang in Nederland nauwelijks het geval. Uit recente cijfers blijkt zelfs dat een kwart van de ouders hun kind maar één dag brengt.’
En die ouders zeggen: ‘Die ene dag dat mijn kind hier is, wat maakt het allemaal uit.’
‘Nou, een hele dag is voor een jong kind best erg lang. Maar los daarvan is de band tussen ouders en kind heel organisch ontstaan vanaf de geboorte. Die is er niet tussen leidster en kind. De leidster moet daar moeite voor doen. Dus moeten we daar over nadenken.’
Wordt het een soort handboek?
‘Nee, dat is niet de bedoeling. Onze invalshoek is te kijken naar het goede dat er al is en hoe we dat een plaats kunnen geven in het curriculum. Denk maar aan de prachtige VVE-programma’s als Kaleidoscoop en Piramide. We willen ook laten zien hoe al dat materiaal samenhangt en we willen het toegankelijk maken. Ook via onze website die binnenkort de lucht in gaat. In september verschijnen daar onze eerste stukken. (www.curriculumkinderopvang.nl).’
Is het curriculum ook voor leidsters interessant of alleen voor pedagogen?
‘Ook voor leidsters. We willen het sprankelend maken. Rond Hollands, maar wel wetenschappelijk verantwoord. Van abstract naar concreet. Met een muisklik kom je van de theorie naar voorbeelden uit de praktijk. We hopen dat het curriculum in boekvorm aantrekkelijk is voor de opleidingen.’
Welke onderwerpen zullen we er straks in aantreffen?
‘We hebben natuurlijk bestudeerd hoe de landen om ons heen een curriculum opgezet hebben en daar zie je dat ieder land voor andere hoofdonderwerpen kiest. Wij hebben ook een keuze gemaakt. We maken een onderscheid tussen verzorgen en speel-leeractiviteiten. Daarnaast kijken we naar zes aandachtsgebieden bij het opvoedend handelen: veiligheid en vertrouwde relatie, samenwerking met ouders, hoe kinderen zich ontwikkelen en leren, de instelling of structuur waarin je ingebed bent, waar wil je naar toe, het individuele kind ten opzichte van de groep. En we hebben aandacht voor de indeling van de ruimte, dagritme en groepsopbouw, indirecte omgang met kinderen, observeren en samenwerken met collega’s.
Lastig woord
Niet iedereen is blij met het woord curriculum (betekenis: leerplan). Het is niet alleen een vaag begrip, maar het doet ook erg denken aan het onderwijs. Op de basisschool is in een curriculum precies vastgelegd wat een leerling moet leren. Maar dat bedoelen de pedagogen in de kinderopvang niet met het woord curriculum. Het gaat hen om een raamwerk met algemeen pedagogische uitgangspunten voor de kinderopvang. Ook willen ze aangeven wat die uitgangspunten betekenen voor de dagelijkse praktijk. Omdat in het buitenland pedagogen in de kinderopvang spreken over curriculum, besloot Nederland dat ook te doen.
En welke concrete voorbeelden horen daar bij?
‘Neem bijvoorbeeld het onderwerp “hoe leren kinderen”. Een van de vuistregels is dat je voor jonge kinderen alles concreet moet maken. Dat moet je als leidster weten. Het helpt dus niet om tegen een kind te zeggen “Wees eens rustig”. Je zegt: “Ga maar lekker op je matje zitten”. Of als het gaat om samenwerking met ouders, dan denk ik aan een moeilijk punt als flexibele opvang. Vanuit de groep gedacht, maar ook vanuit het kind gedacht is flexibele opvang niet altijd aan te raden. Je moet een kind ook de kans geven om aan te sluiten bij de groep, anders verdwaalt het. Om dat te weten en daarover met ouders in gesprek te gaan, heb je wel vakkennis nodig.’
Waarom geen curriculum voor de buitenschoolse opvang?
‘Dat is de volgende stap.’
Wanneer vinden jullie het curriculum geslaagd?
‘We zien het curriculum als een stapje in de geschiedenis van de pedagogiekontwikkeling in de kinderopvang. Wij zijn daarin een schakeltje. Ook hopen we dat we zichtbaar kunnen maken wat voor mooi werk de kinderopvang in Nederland verzet. Dat ouders en politiek zien wat leidsters allemaal doen en moeten kunnen. De pedagogische opdracht van de kinderopvang wordt nu te weinig erkend. Het gaat altijd over kinderopvang is goed, kinderopvang is slecht. En over uitbreiding.’
Het heeft dus ook een promotiedoel?
‘In Nieuw-Zeeland kreeg het beroep van leidster meer status na het verschijnen van het curriculum. Als dat in Nederland ook zou gebeuren, dan is ons doel bereikt. Want meer waardering van het vak van leidsters leidt tot betere kinderopvang. Als het publiek ervan overtuigd is dat het een belangrijk vak is, worden goede begeleiding en bijscholing meer vanzelfsprekend. Kwaliteit is in het gezamenlijk belang van alle ondernemers in de kinderopvang. Anders wordt de branche wel erg kwetsbaar.’
En hoe gaat het over vijf jaar met het curriculum?
Elly Singer: ‘Wij zouden de koning te rijk zijn als er de komende tijd veel over het curriculum gediscussieerd wordt. Dat betekent dat het leeft, dat het herkenbaar is en aanspreekt. We willen open zijn. Dus iedereen mag met de ideeën aan de haal gaan. En is het dan na vijf jaar vergeten, dan heeft het zijn functie gehad.’
Dit interview verscheen eerder in het tijdschrift Kinderopvang.
www.kinderopvangtotaal.nl