Tekstballon

Graag aandacht voor integratie VVE en kinderopvang

Auteur: Ans Christiaans, pedagoog bij K2  en lid van het landelijk pedagogenplatform kinderopvang.
Eerder gepubliceerd in het Tijdschrift Management Kinderopvang van juni 2006.

Inleiding

Op verzoek van minister van der Hoeven heeft het kabinet besloten een bedrag van 18 miljoen extra beschikbaar te stellen voor training van 5000 personeelsleden in peuterspeelzaal en kinderopvang. Zo wordt in krap vier jaar tijd het kinderaantal dat profiteert van een aanbod voor- en vroegschoolse educatie met 40.000 uitgebreid. Het is de bedoeling dat kinderen met achterstanden snel worden opgemerkt en bij de VVE programma’s worden betrokken. Zo kan van jongs af aan een doorlopende lijn van signaleren naar vroegtijdig aanpakken worden gerealiseerd, zo stelt het ministerie van Onderwijs.
Het initiatiefwetsvoorstel van de PvdA (M.Hamers) om van kinderopvang een basisvoorziening te maken, wat het Landelijk Pedagogenplatform overigens toejuicht, gaat uit van het idee dat de huidige voorzieningen met elkaar geïntegreerd worden. Peuterspeelzaal, kindercentrum en VVE-aanbod onder één dak. Alle kinderen vanaf 2 jaar die dit nodig hebben krijgen recht op voorschoolse educatie, naast opvoeding en verzorging in het kindercentrum. Zo wil de PvdA dat net als voor buitenschoolse opvang (motie van Aartsen-Bos) ook kinderopvang voor 0 - 4 jarigen een opeisbaar recht wordt voor ouders.

Imagoverbetering

Helaas is het met het imago van de kinderopvang niet zo best gesteld. Het beeld is dat het duur is en dat kinderopvang goed is voor de ontwikkeling wordt nogal in twijfel getrokken door ouders. Mari_tte Hamer tijdens een discussiebijeenkomst 11 mei j.l. in de Tweede Kamer: ‘Als je mij ’s nachts wakker maakt en vraagt wat is het belangrijkste dat je wilt bereiken met je wetsvoorstel dan zeg ik: Kinderopvang moet gezien gaan worden als een instrument dat grote meerwaarde heeft voor kinderen. Kinderopvang is goed voor de ontwikkeling van kinderen, juist in de periode 0 – 4 jaar is goede begeleiding zo belangrijk voor hun latere ontwikkeling. Ik zou graag willen dat mensen gaan denken dat je kinderen iets ontneemt als je ze niet naar de kinderopvang laat gaan. Voor de buitenwereld is het niet duidelijk dat kinderopvang deze functie heeft.’ Een omslag in denken: kinderopvang is er in de eerste plaats voor kinderen. Daarnaast kunnen ouders blijven werken. Overigens deelt het Pedagogenplatform de mening dat kinderopvang goed is voor kinderen. Maar wij bestrijden dat verzorging/opvoeding en ontwikkelingsstimulering als twee van elkaar onafhankelijke componenten gezien moeten worden. Wij zien als kerntaak van de kinderopvang dat alle kinderen in hun ontwikkeling begeleid worden. Dat is voor alle kinderen goed.

De basis van waaruit we werken is het ‘kindbeeld’.

Wat voor beeld hebben we eigenlijk van onze jongste kinderen? Wat hebben ze nodig, waar hebben ze recht op? Het bleek dat we als pedagogen verrassend snel op een lijn zitten. Wij geloven in de competentie van kinderen. Wij zien dagelijks dat kinderen de actor zijn van hun eigen leerproces. Kinderen zijn stik nieuwsgierig, willen alles onderzoeken. Een mooie metafoor vind ik altijd die van het volle glas en het lege glas. Een ateleriesta van een van de centra uit Reggio vertelde dat in de visie van Reggio Emilia kinderen mensen zijn, waar in potentie al zoveel aanwezig is dat je louter de voorwaarden moet scheppen om hen te laten ontwikkelen. Kinderen zijn geen lege glazen, waar we allemaal kennis in moeten gieten. Een kind is een vol glas, er is in potentie zoveel aanwezig! Van kennis waarvan wij willen dat kinderen het leren blijft veel minder overeind dan van zelf opgedane kennis omdat kinderen het willen leren. Kinderen die voldoende bevestigd worden en de ruimte krijgen om te onderzoeken en te leren bouwen een gevoel van zelfvertrouwen en eigenwaarde op. Dat zie je al in de babygroepen!! En daar leren ze van.

Het competente kind als uitgangspunt

Laten we als uitgangspunt nemen dat ieder kind competent is, zich wil ontwikkelen. Alle kinderen hebben evenveel recht op zo’n kwalitatief goede basisvoorziening. In zo’n basisvoorziening pleiten wij als pedagogenplatform dat het spelen en de interactie (tijdens de vele activiteiten) centraal staan. Activiteiten zijn slechts een middel om het doel te bereiken. Activiteiten zijn geen doel op zich. De interacties tussen leidsters en kinderen en kinderen onderling staan voorop. Het instrument dat de leidster daarbij kan inzetten zijn activiteiten. Dus ook activiteiten uit de VVE programma’s. Kinderen begeleiden is vooral goed kijken naar wat kinderen bezighoudt en inspelen op de behoeftes van ieder kind. Daarbij hoort een omgeving cre_ren waarin kinderen uitgedaagd worden om zichzelf te ontwikkelen.

Zorggebonden werkwijze versus activiteitengebonden werkwijze

Het zou mooi zijn als we binnen de toekomstige basisvoorzieningen streven naar ‘een zorg-gebonden werkwijze’ waarin het competente kind centraal staat. Zorgmomenten, die in de kinderopvang relatief veel meer voorkomen dan in het basisonderwijs, zijn bij uitstek pedagogische momenten die we ten volle moeten benutten. Daarnaast geeft groepsleiding ruimte aan activiteiten, die de kinderen zelf initi_ren. Dat vergt nogal wat van groepsleiding. Het betekent dat je goed moet kijken en luisteren naar kinderen. Hun initiatieven, hoe klein soms, oppakken en op inspelen.

VVE programma’s zijn curricula op zich

Een VVE programma , als je het goed uitvoert, is eigenlijk een curriculum op zich. De training is gericht op het aanleren van een visie op ontwikkeling van kinderen bij de leidsters/leerkrachten. De concrete activiteiten, het uitwerken van de thema’s gebruikt de leerkracht louter als middel om met de kinderen te communiceren. Een VVE programma wordt echter ook wel  gebruikt als een ‘activiteitengebonden werkwijze’. En dat is verschrikkelijk jammer! De meerwaarde van het werken met VVE programmering ligt in het feit dat een dergelijk ‘curriculum’ groepsleiding houvast geeft. Bovendien gaat groepsleiding anders kijken naar kinderen en hun rol als veel interessanter ervaren. Dat bevestigt dat er in de kinderopvang behoefte is aan een curriculum. Maar dan moet het curriculum wel toegespitst worden op het werken in de kinderopvang op baby’s en jongere kinderen. Kortom aansluiten bij het dagritme van de kinderopvang en de variëteit in leeftijd.

Tot slot: VVE en kinderopvang integreren? Dat moet lukken!

De VVE trainingen zijn gericht op het aanleren van een visie op ontwikkeling en begeleiding van jonge kinderen (meestal vanaf 3 tot 7 jaar). Dat programma’s nog een aanvulling behoeven op de verschillende leeftijden en groepssamenstelling is duidelijk. Daar wordt al hard aan gewerkt. Dat verzorgingsmomenten ook benut worden als activiteiten is denk ik ook wel duidelijk. Een dergelijk programma dat geïntegreerd is in de werkhouding en werkwijze van groepsleiding is van grote meerwaarde voor de kinderopvang. Laten we ervoor waken dat de goed doordachte VVE programma’s niet gebruikt gaan worden als een activiteitengebonden werkwijze naast de verzorging in het kindercentrum voor een speciale groep kinderen. Ik denk dat we dan de plank misslaan.