Verslag Congres Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang
Congresverslag oktober 2003. Dit congres is georganiseerd door het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang, in het bijzonder door Mieke van de Kop. Het congresverslag is samengesteld door Liesbeth Schreuder (NIZW) op basis van bijdragen van de leden van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang.
Op 3 oktober 2003 hield het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang haar oprichtingscongres. 75 pedagogen, werkzaam in kinderopvangorganisaties of adviesbureaus waren erbij. Hieronder een korte impressie van de gebeurtenissen, toespraken, discussies en besluiten. Meer informatie over de inhoud van de discussies is te vinden in de bijlagen.
Het programma
Het programma behelst een toespraak van de voorzitter, een gesprek met hoogleraar Louis Tavecchio, de presentatie van de nota "Werken aan baby-opvang" en een aantal discussies in workshops. De sfeer in de zaal is enthousiast en aanwezigen in de zaal laten uitsluitend positieve reacties horen. Men vraagt zich vooral af waarom zoiets niet eerder van de grond gekomen is.
Ter plekke wordt ook tijd ingeruimd om een reactie te bespreken op de uitspraken van Sjef van Gennip, directeur van het bureau van de MOgroep. Hij zei op 2 oktober in het NOS-journaal dat de kinderopvang best goedkoper kan, als er minder eisen gesteld zouden worden aan de kwaliteit. Hierbij benoemde hij o.a. de pedagogische begeleiding als kostenverhogende factor. Tavecchio: "jullie beroepsgroep wordt afgeserveerd!" Het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang heeft samen met Louis Tavecchio een reactie gegeven aan NRC-Handelsblad van zaterdag 4 oktober 2003.
Toespraak van de voorzitter
Kok van der Meer schetst het ontstaan en doel van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. Bij landelijke discussies over de kwaliteit van de kinderopvang ontbreekt tot nu toe de stem van de kinderopvangpedagogen. In die discussies komen vooral wetenschappers aan het woord. Pedagogen kunnen reageren vanuit de opvoedingspraktijk in de kinderopvang en kunnen zo bijdragen aan theorievorming over de kinderopvangpedagogiek. Het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang wil aan deze inzichten bekendheid geven. Bovendien ligt het accent in discussies over kinderopvang tegenwoordig vooral op arbeidsparticipatie, bedrijfsvoering en arbeidsvoorwaarden. Het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang wil de discussie over kinderen in de kinderopvang aan de agenda toevoegen. Het platform bestaat nu een jaar: 14 pedagogen uit verschillende organisaties voor kinderopvang. Ieder jaar trekt een gedeelte zich terug en kan een aantal nieuwe pedagogen tot het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang toetreden. Wij willen graag een regelmatige communicatie met de achterban: via de reactiemogelijkheid en de stellingen op de website www.pedagogischdebat.nl en een jaarlijkse conferentie zoals vandaag. Wij zullen zelf ook regelmatig van ons laten horen: via de website, via berichten aan de lijst emailadressen van pedagogen in het land en via berichten in de vakbladen.
Reactie van Tavecchio
Waarom belangrijk? Puk Ligtvoet spreekt eerst met Louis Tavecchio over het belang van het platform. Tavecchio: pedagogen kiezen van oudsher de kant van het kind. Dat is een goede zaak, zeker in de kinderopvang waar bij ouders verschillende belangen om voorrang strijden: het belang van hun kind en het belang om hun werk te kunnen uitvoeren. Kiezen voor de kant van het kind betekent dat je eerst definieert wat kwaliteit is en dan bekijkt hoe je dat kan bekostigen.
Ligtvoet: pedagogen denken overigens verschillend over kwaliteit. De kern van het verschil is in hoeverre de leidster de kinderen actief stimuleert en aan het handje neemt, dan wel juist zoveel mogelijk volgt in hun eigen ontwikkeling en belangstelling.
Rol van pedagogen. Vervolgens gaat het gesprek verder over de rol van de pedagogen in de kinderopvangorganisaties. Tavecchio: de kinderopvang redt het niet zonder pedagogen. Groepsleiding heeft recht op ondersteuning en reflectiemogelijkheid. Die kan geboden worden door pedagogisch geschoolde locatiehoofden, mits zij op hun beurt weer advies krijgen van pedagogen. Pedagogen moeten ook de ontwikkeling en het denkproces over kwaliteit binnen de organisatie op gang houden en vraagtekens plaatsen waar nodig. Een kritische blik en een 'open mind' is nodig. De kernvraag bij hun werk is: "draagt onze kinderopvang bij aan welbevinden en ontwikkeling van onze kinderen?" Tavecchio noemt enkele instrumenten die de pedagoog behulpzaam kunnen zijn: video-interactietraining, de ORCE (Oobservational Record of Caregiving Environment) uit Amerika, de lijsten om het Welbevinden van individuele kinderen te onderzoeken. Ligtvoet vult aan: onze taak binnen de organisatie is ook om een koppeling tot stand te brengen tussen visie en handelen. Hiervoor is een intern bijscholingstraject vaak een goede werkwijze.
Kenniscentrum. Hoe moeten de pedagogen bij hun werk gevoed worden? Tavecchio: pedagogen moeten bij hun werk kunnen steunen op actuele wetenschappelijke kennis en onderzoeksresultaten. Een kenniscentrum voor het verzamelen en delen van kennis, het systematiseren en verspreiden van kennis via media, congressen, expertisecentra is onontbeerlijk. De trend waarin organisaties hun kennis alleen voor zichzelf houden, moet doorbroken worden. Ongedeelde kennis is altijd fragmentarisch, samen weet je meer. En je hoeft niet allemaal het wiel uit te vinden.
Reacties uit de zaal
Deze reacties zijn in de loop van de dag gegeven, zowel plenair als in de werkgroepen.
- Jammer dat de pedagogen van peuterspeelzalen niet betrokken worden in het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. Het gaat immers om dezelfde kinderen, dezelfde werkwijze en grotendeels dezelfde doelstelling! Kok van der Meer antwoordt dat men niet te hard van stapel wil lopen, maar deelname van peuterspeelzalen in de toekomst zeker niet uitgesloten wordt.
- De profilering van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang is belangrijk: je moet bereikbaar zijn, zowel voor de achterban als voor de media en belangenorganisaties. En je moet inspelen op de actualiteit. De website en de emaillijst van alle deelnemers zijn belangrijke communicatiemiddelen voor de achterban die nu op zo'n 100 pedagogen wordt geschat. Gesuggereerd wordt om met lidmaatschap en contributie te werken. Het logo wordt geprezen.
- De netwerkfunctie van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang is eveneens van groot belang. Het platform moet als paraplu dienen voor regionale netwerken. Die zijn er al in regio Haaglanden en ook in het Noorden van het land.
- Men dringt aan op verbinding met het wetenschappelijk onderzoek, met universiteiten en met de kennis van het NIZW. In dit verband wordt erop gewezen dat de subsidie voor expertise van het NIZW niet verloren mag gaan wegens de overgang van het ministerie van VWS naar Sociale Zaken.
- Rouleren van lidmaatschap: men vindt één jaar te kort voor een lidmaatschap van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. Liever zou een pedagoog zich moeten verbinden tot minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar. Zo houd je toch doorstroming en krijgt elke organisatie zijn kans om landelijk mee te draaien. Je moet streven naar vertegenwoordiging uit verschillende delen van het land en verschillende soorten organisaties.
Babyopvang
Mireille Aarts vertelt hoe het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang gewerkt heeft aan deze nota. Het platform besloot dit onderwerp als eerst bij de kop te nemen als reactie op de publieke commotie rond de uitspraken van Professor Marianne Riksen dat opvang op jonge leeftijd een verhoogd risico geeft op gedragsproblemen op latere leeftijd. Riksen baseerde zich daarbij vooral op de onderzoeken van Jay Belsky. Het platform heeft informatie verzameld en een open discussie gevoerd over wat zij zelf zagen en hoorden. Op basis hiervan is de nota "Werken aan babyopvang" geschreven. Deze nota gaat uit van rechten van baby's op basis van de behoeftepiramide van Maslow en geeft aanbevelingen voor goede babyopvang. De belangrijkste aanbevelingen zijn continuïteit, coaching van babyleidsters en zorgvuldige overdracht (tussen leidsters en tussen leidsters en ouders). Mireille vraagt de aanwezigen om de nota in hun organisaties te bespreken en reacties te geven via het emailadres. Op basis hiervan kan het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang de nota bijstellen (zie Werken aan babyopvang, september 2003).
Impressies uit de discussiegroepen
Er is over een aantal onderwerpen gediscussieerd. De uitkomsten van deze discussies vormen input voor de toekomstige werkzaamheden van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. Babyopvang Men was het eens met de belangrijkste voorwaarden die aan goede babyopvang gesteld moeten worden: continuïteit, deskundige leidsters en een goed georganiseerde groep, waardoor rust en overzicht gegarandeerd worden. Continuïteit wordt niet alleen gerealiseerd door vaste leidsters maar ook door een zorgvuldige en gedetailleerde overdracht van de wijze van verzorging. Men dringt er op aan dat beschikbare nieuwe informatie vanuit het NIZW-project, wetenschappelijk onderzoek en gespecialiseerde instituten zoals het Pikler- instituut en Babywerk bij elkaar gelegd worden (zie discussiegroep Babyopvang). Open deuren De terminologie duidt op een middel, niet op een pedagogisch doel of beleid. Een betere term moet echter nog gevonden worden. Het gaat erom dat je kinderen meer ruimte geeft bij het spelen. Hij is niet gebonden aan één groepsruimte, één groep kinderen en de eigen leidsters. En als kindercentrum kun je meer variatie aanbrengen in je aanbod door de groepsruimtes verschillend in te richten (zie discussiegroep Open deuren beleid). Pedagogische inspiratiebronnen Er zijn vele inspiratiebronnen, maar vooral Reggio Emilia is een alomvattende kinderopvangpedagogiek. De andere bronnen beslaan meer de deelgebieden, zoals: communicatie met kinderen, ontwikkelingsstimulering. Zij zijn vaak niet ontstaan vanuit ervaringen in de kinderopvang maar in het onderwijs. Wij zullen zelf aan de slag moeten om praktijkervaring te veralgemeniseren en tot theorie te maken. Rol van de pedagoog Opvallend is dat de "pedagogen" zulke verschillende functiebenamingen, taken en posities hebben. Ze heten bijvoorbeeld: kwaliteitsmedewerker, beleidsmedewerker, opleidingsfunctionaris, pedagogisch begeleider of pedagogiekontwikkelaar. En ze hebben taken op het gebied van het geven en ontwikkelen van trainingen voor hoofden en groepsleiding, het houden van begeleidingsgesprekken met hen, het ontwikkelen van pedagogisch beleid en het adviseren van het management. Soms wordt ook de pedagogische taak gecombineerd met andere functies zoals personeelsbeleid. De "pedagoog" heeft vaak een staffunctie en geen lijnfunctie. Dit maakt dat de pedagoog vaak wat alleen in de organisatie staat. Je moet ook meer je best doen om invloed uit te oefenen op het beleid. Er werden verschillende metaforen gepresenteerd om de huidige functie aan te duiden, zoals "rupsje nooit genoeg", "koorddanser" of "weegschaal".Geconstateerd wordt dat de pedagoog werkt vanuit de vraagstelling: wat is goed voor kinderen of wat betekent deze maatregel voor kinderen? De aanwezigen zien een grote taak voor het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang weggelegd in het bijeenbrengen van pedagogen, in het ontwikkelen en versterken van hun functie en taken, en het gezamenlijk ontwikkelen van pedagogische inhoud. Ook regionale netwerken van pedagogen zijn uiterst zinvol in verband met de behoefte aan intervisie en uitwisseling. In de Haaglanden draait zo'n netwerk al jaren en in de drie noordelijke provincies is nu ook een initiatief genomen door Ria Meijer (zie discussiegroep Pedagogen, ochtendsessie en discussiegroep Pedagogen middagsessie). Inspectie van het pedagogische domein De aanwezigen onderschrijven het belang van inspectie van buiten af, ook op het pedagogische domein. Eén van de belangrijkste conclusies uit de groep is dat de betrokken inspecteurs pedagogen zouden moeten zijn, met bijscholing op het gebied van gezondheid, hygiëne en veiligheid (in plaats van omgekeerd). Inspecteurs zouden eigenlijk een staat van dienst moeten hebben in de kinderopvang alvorens inspecteur te worden (zie discussiegroep Inspectie van het pedagogisch domein). Ontwikkelingsstimulering De deelnemers discussiëren met elkaar over hun visie op ontwikkeling. De vraag is wanneer ontwikkeling vooral begeleid moet worden en wanneer echt gestimuleerd. Dit laatste is van belang voor kinderen met een andere moedertaal of met achterstanden. Naast de landelijke programma´s zijn er ook eigen plusprogramma´s van de organisaties. Men hoopt dat deze discussie in het Pedagogenplatform zal doorgaan (zie discussiegroep Ontwikkelingsstimulering). Opvoeden van jongens De aanwezigen behandelen verschillende stellingen. Zij constateren dat jongensgedrag soms ervaren wordt als lastig en stout vanwege hun grotere beweeglijkheid en meer rivaliserend gedrag vergeleken bij meisjes. Vrouwen zijn wellicht te veel op "rustig spelen" gericht en dat werkt ongunstig uit voor de jongetjes. Zij krijgen meer op hun kop. Men zou graag meer mannen in de kinderopvang hebben om deze opvoedingsdiscussies ook vanuit mannen kant te belichten (zie discussiegroep Opvoeden van jongens).
Afsluiting
In de plenaire afsluiting constateert het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang dat men op de ingeslagen weg kan voortgaan. De gekozen onderwerpen zijn van belang en bijzondere nadruk moet liggen op het uitwerken van de kinderopvangpedagogiek en de rol van de pedagoog.