Pedagogische ondersteunings- structuur voor de kinderopvang
Advies van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang aan het Ministerie van SZW; 28 januari 2004.
Op 15 april 2003 heeft een oriënterende bespreking plaatsgevonden tussen een delegatie van het Pedagogenplatform en mw. Maaike Vaes, Ministerie SZW, over de wenselijkheid van een kenniscentrum voor de kinderopvang in Nederland. Deze bespreking is voor het pedagogenplatform aanleiding geweest tot het schrijven van onderstaand advies:
Liever dan een kenniscentrum spreekt het pedagogenplatform van een pedagogische ondersteuningsstructuur. Immers als de kinderopvang wil gaan staan als een huis in de Nederlandse samenleving, dan moeten we ervoor zorgen dat met de reeds aanwezige bouwstenen dat huis ook echt gebouwd kan worden. Op een centrale plek in het land vergaren van expertise zal dan niet voldoen. Er is dan een actieve infrastructuur nodig die ervoor zorgt dat kennis, ervaring en beleid van de uitvoerende groepsleiding en pedagogen, opleidingen, wetenschap en overheden met elkaar worden uitgewisseld en van waaruit de expertise verder kan worden ontwikkeld.
Uiteindelijk doel van deze ondersteuningsstructuur is dat de pedagogische kwaliteit op de werkvloer zich blijvend ontwikkelt, vernieuwt, verdiept. Dat veronderstelt consensus over de uitspraak dat kinderopvang per definitie een pedagogische opdracht heeft.
De verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van een dergelijke ondersteuningsstructuur is een publieke verantwoordelijkheid. En dient zij algemeen toegankelijk te zijn. Deze functie overstijgt de taakstelling, potenties en mogelijkheden van de kinderopvangondernemingen.
Zo bezien zou de infrastructuur op termijn kunnen gaan functioneren in relatie met het hele jeugdbeleid (zie Operatie Jong). De ondersteuningsstructuur moet een dusdanige plek innemen dat optimaal expertise kan worden uitgewisseld met belendende sectoren (jeugdbeleid & jeugdzorg, onderwijs, Brede school, VVE). Zij moet alle opvang voor 0-12-jarigen bestrijken: dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderopvang, peuterspeelzalen.
Allereerst moet de ondersteuningsstructuur overzicht hebben over de sector en de pedagogiekontwikkeling. Zij zou moeten voorzien in een een denktank, die in beeld brengt hoe zich de kwaliteit ontwikkelt. Hoe ziet kinderopvangpedagogiek eruit en wat is daarvoor nodig1? Hierin moet zij ook vooruitdenken. Wat willen we kinderen bieden in het perspectief van ontwikkelingen in de samenleving? Met welke trends en ontwikkelingen moet de sector rekening houden? Zij moet sturing geven aan de (pedagogische) discussies en aan innovatie.
We onderscheiden voorts een aantal functies binnen de ondersteuningsstructuur:
Winkel, de database, de projectenbank, de helpdesk, de catalogus, de website: waar expertise, (informatie over) producten en projecten wordt verzameld. Ieder kan hier vragen stellen, bestellingen doen of zich laten doorverwijzen.
Initiëren en/of coördineren van werkontwikkeling: vragen inventariseren in het werkveld en uitwerken i.s.m. dat werkveld, ontwikkelingen in het werkveld volgen. Opzetten van proeftuinen.
Evaluatie van / onderzoek naar het effect van nieuwe producten / ontwikkelingen; samenwerking hierin met werkveld & universiteiten organiseren.
Bundeling van expertise: bundelt en ontwikkelt gelijksoortige producten tot een beter product.
Implementatie organiseren. Congressen en cursussen voor groepsleiding, begeleiders, opleidingen. Ontwikkelen instructiemateriaal.
Coördineren begeleidingsstructuur van inhoudelijk begeleiders. Veel instellingen hebben inhoudelijk begeleiders in dienst ten behoeve van de centra. Grote instellingen kunnen dit zelf financieren en uitvoeren. Bij deze begeleiders bestaat behoefte aan uitwisseling & overleg. Deze overlegstructuren moeten worden gecoördineerd. Ten behoeve van instellingen die te klein zijn om zelf pedagogen in dienst te nemen, kan een begeleiderpool worden ingesteld en gecoördineerd.
Opleidingen op alle niveaus. Zorgdragen voor continuïteit tussen inzichten in het werkveld en de opleidingen. Waar nodig nieuwe inhouden en opleidingen ontwikkelen ten behoeve van de sector.
Wie moet financieren?
Nu de overheid zich meer terugtrekt uit de uitvoering, zou zij zich juist kunnen gaan profileren in het scheppen van de voorwaarden. Vandaar dat wij pleiten voor dn gemeenschappelijke financiering door de diverse departementen die feitelijk verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van jonge kinderen in de publieke ruimte.
Leren van Europa:
In een aantal Europese landen zijn voorbeelden te vinden van goede ondersteuningsstructuren. België (Gent), Zweden, Denemarken, Nieuw Zeeland.
Leren van andere sectoren:
Hoe organiseren Onderwijs en Jeugdzorg de ondersteuning en hoe bevalt dat?
Advies:
Wij stellen voor om een opzet en tijdpad voor een dergelijke ondersteuningsstructuur te laten uitwerken door een expertgroep die zich informeert bij alle actoren in de kinderopvangpedagogiek. De Commissie Kwaliteit II. Deze Commissie zou een blauwdruk kunnen ontwikkelen die ze voorlegt aan overheid & branche.
1) Kinderopvangpedagogiek: hierbij kan worden gedacht aan kindbeeld, (waarden van de) groep, groepsdynamica,persoon en rol van de leiderster / leidster - kind - interactie, samenwerking met / relatie tot de ouders, omgeving als derde pedagoog