Van Aartsen/Bos-motie: waar zijn de kinderen?
Auteur: Ans Christiaens, adviseur bij k2, Brabants Kenniscentrum Jeugd en lid van het Landelijk Platform Pedagogen in de kinderopvang. Gepubliceerd in management Kinderopvang van maart 2006.
Waar zijn de kinderen in de Van Aartsen/Bos-motie? Is de buitenschoolse opvang er niet in de eerste plaats voor de kinderen zelf? Hoe willen zij dat die eruit ziet? Wat hebben ze nodig? Op wel aanbod hebben ze recht? Het Landelijk Pedagogenplatform wil voorwaarden formuleren voor de buitenschoolse opvang. Een verslag van een discussie tussen pedagogen.
Kinderopvangorganisaties verzorgen al tientallen jaren de buitenschoolse opvang voor scholen. Basisscholen verzorgen het overblijven. Er zijn vrijetijdsclubs en sportclubs en andere activiteiten die kinderen na schooltijd kunnen volgen. In brede-schoolverband wordt al wel samengewerkt, maar verder is lang niet alles op elkaar afgestemd. Operatie Jong wil meer samenhang tussen de voorzieningen voor kinderen van nul tot twaalf jaar. Een van de scenario's daarbij is een voorziening van nul- tot twaalf-jarigen, waarin school, peuterspeelzaal, kindercentrum en voor- tussen- en naschoolse voorzieningen zijn opgenomen. Een doorlopend en aansluitend aanbod voor zorg en opvang voor alle kinderen! Als antwoord op het geconstateerde spanningsveld tussen de arbeidstijden van werkende ouders en de schooltijden van de kinderen wil de Nederlandse regering vanaf 1 januari 2007 dat ouders aanspraak kunnen maken op voor- en naschoolse opvang van hun kinderen. De scholen zijn verplicht dit aanbod te realiseren.
Kinderen hebben het druk
Met de komst van de flexmens en de hoge eisen die we aan het leven stellen kun je zeggen dat er veel van onze kinderen verwacht wordt. Ook kinderen hebben al volle agenda's. Internet, chatten, surfen, mobiel bellen zijn bezigheden die niet meer weg te denken zijn uit de levens van vele basisschoolkinderen. Kortom bezigheden van deze tijd. Kinderen moeten veerkracht tonen, zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden en leren hun bakens te verzetten. Kinderen hebben er dan ook recht op geholpen te worden bij het maken verantwoorde keuzes, ook in hun vrije tijd. Of zoals een pedagoog uit het werkveld opmerkt: 'Schoolkinderen hebben recht op een omgeving die verantwoordelijkheid wil nemen om in hen te investeren en wil participeren, zodat kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en de omgeving'. In het leven van kinderen die opvang nodig hebben is de buitenschoolse opvang een van de opvoedingsomgevingen, die een steentje bijdraagt aan hun ontwikkeling en welbevinden. Het maakt het niet uit of de buitenschoolse opvang nu onder verantwoordelijkheid valt van het onderwijs of van de kinderopvang, of de opvang plaatsvindt in een centrum voor buitenschools opvang, een buurthuis of een schoolgebouw. Belangrijk is dat het pedagogisch klimaat aansluit bij opvattingen uit andere leefwerelden, zoals thuis en school. 'Kinderen hebben recht op verantwoorde opvang, waarbij tijdelijk de opvoeding- en verzorgingstaken van ouders worden overgenomen' maar ook 'de opvang is een uitbreiding van de wereld van het kind': zijn reacties uit het werkveld. De buitenschoolse opvang is een vrije-tijdsituatie waar uitgaande van competenties van kinderen meer nadruk ligt op de ontwikkeling van brede persoonskenmerken zoals zelfvertrouwen, interesse, initiatief, communicatie en samenwerking. Gevoelens van veiligheid, vertrouwen en welbevinden staan voorop. Dat betekent een veilige basis, een gezellige plek om even uit te rusten, te hangen, te luieren maar ook een plek van waaruit kinderen uitvliegen. Tijd van en voor kinderen. Kijkend naar hun behoeften aan bewegen, ontwikkelen van vaardigheden en ontplooien van talenten zou je kunnen zeggen dat kinderen recht hebben op een creatieve leeromgeving waar keuzemogelijkheden zijn. Ze willen graag buitenspelen, naar een verjaardag van een vriendje. Ze willen ook graag sporten of computeren. Hoe organiseer je dat allemaal in één voorziening?
Sociale ondernemer
Dat vraagt heel wat van de groepsleiding. Door al die taken is de leiding van de buitenschoolse opvang steeds meer een 'sociale ondernemer' geworden. Groepsleiding laat kinderen hun verhaal vertellen, heeft oog voor het welbevinden van kinderen, geeft positieve aandacht, is alert op omgangsvormen, brengt kinderen in aanraking met dingen die ze leuk vinden om te doen en onderhoudt contacten met ouders en school. Allemaal taken die horen bij professionele groepsleiding die zorgt voor een positief pedagogisch klimaat. Kinderen hebben in de invulling van hun vrije tijd een actieve rol. Ze krijgen afhankelijk van leeftijd verantwoordelijkheden toebedeeld, zijn medeverantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken en afspraken over omgangsregels en huisregels. Concreet betekent het dat de buitenschoolse opvang een gezellige plek is voor kinderen, in samenspraak met de kinderen ingericht, waar kinderen dingen doen die nu eenmaal moeten, maar vooral dingen die leuk zijn om te doen. Kinderen worden betrokken bij het activiteitenaanbod en het programma wordt in samenspraak met de kinderen bedacht.
Veiligheid versus uitdaging
Wat is nu een aantrekkelijk aanbod voor kinderen? In hun vrije tijd doen kinderen vaak de beste ervaringen op buiten de invloed en het wakend oog van volwassenen. Voor- en naschoolse opvang heeft het risico dat de 'vrije ruimte' van kinderen ook ingeperkt kan worden. We willen het zo zorgvuldig doen. Maar moeten kinderen steeds bewaakt worden? In de praktijk zie je vaak een spanningsveld tussen de behoefte aan uitdaging bij kinderen en de eisen die ouders stellen aan de zorg en veiligheid op de buitenschoolse opvang. Kinderen van een buitenschoolse opvang leven in een buurt en die buurt maakt een wezenlijk onderdeel uit van hun leefwereld dus ook van de activiteiten. Naarmate kinderen ouder worden stellen ze andere eisen aan hun vrije tijd. Afhankelijk van de leeftijd moet het mogelijk zijn om in de buurt zelfstandig op pad te gaan. Afspreken voor een verjaardagfeestje, zelfstandig naar de muziekschool gaan en de gelegenheid krijgen om actief bezig te zijn met sport, techniek, natuur en kunst en cultuur. Kortom: ze willen activiteitenkeuzes kunnen maken die verder kunnen reiken dan de buitenschoolse-opvanglocatie. Maar hoe bewaak je de juiste balans tussen vrije tijd en georganiseerde activiteiten, zowel binnen als buiten de buitenschoolse-opvanglocatie? Dat vraagt van de groepsleiding dat ze inzicht hebben in de competenties van de kinderen. En van de kinderen een bepaalde mate van zelfkennis, inzicht en overzicht.
Samenwerken
Het activiteitenaanbod neemt een steeds prominentere plaats in. In de samenwerking met partners liggen kansen voor een aantrekkelijk, gevarieerd maar ook laagdrempelig aanbod. Ook het werkveld ziet het belang van maatschappelijk ontwikkelingen die het noodzakelijk maken naar buiten gericht te werken en samen te werken. Hiervoor zijn verschillende scenario's: kinderen van de buitenschoolse opvang doen mee aan externe activiteiten georganiseerd door een partner; de buitenschoolse opvang koopt activiteiten in of huurt een ruimte bij de sportvereniging of de speeltuin. Maar ook kan de buitenschoolse opvang zich openstellen voor kinderen uit de buurt om tegen betaling mee te doen aan hun activiteitenaanbod. Afhankelijk van de wensen en behoeften van kinderen en ouders wordt bekeken welk aanbod wordt gerealiseerd. Speelt dat zich af op het vlak van opvang, ontwikkeling en/of vrije tijd? Dit betekent een stap richting Operatie Jong, waarin school, opvang en vrijetijdsbesteding meer en meer geïntegreerd raken.