Het Pedagogenplatform reageert op het convenant kinderopvang
Gepubliceerd in januari 2005.
Onlangs hebben wij kennis genomen van het convenant kinderopvang zoals dit is opgesteld door de brancheorganisaties en ouderbelangen-vereniging BOinK. Dit convenant is onlangs door de branche en BOinK ondertekend. Het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang heeft overleg gevoerd met de beide brancheorganisaties. Tijdens dit overleg is onder andere het convenant ter sprake gekomen.
Het ministerie van SZW heeft deze, door de branche zelf opgestelde tekst, overgenomen voor de beleidsbrief die als uitgangspunt voor de inspectie zal worden gebruikt. Wij geven graag een schriftelijke reactie op het convenant.
In de tekst van het convenant staat aangegeven dat het geen statisch document is. De ondertiteling ‘verdere stappen naar de toekomst’ onderschrijft dit. Graag levert het pedagogenplatform ook haar bijdrage aan de verdere ontwikkeling. In het bijzonder hebben wij een drietal onderwerpen geselecteerd waar ons inziens nog meer de nadruk op zou mogen liggen.
In het platform is een document ‘basiskwaliteit’ in ontwikkeling, wat zal gaan aangeven welke kwaliteit het pedagogenplatform als standaard vastgesteld zou willen zien.
Opleiding
Onder het kopje kwaliteit personeel wordt slechts gesproken over het personeelsbeleid en het scholingsbeleid. Welke opleiding en welke vaardigheden een directe medewerker in de kinderopvang zou moeten hebben, wordt overgelaten aan de verantwoordelijkheid van de aanbieder. Argument kan zijn dat dit in de CAO reeds verwoord staat, maar wij zijn van mening dat de CAO er is om de arbeidsvoorwaarden vast te stellen en het convenant beschrijft de basiskwaliteit. Daar hoort een eigen standpunt bij over de kwaliteit van de medewerkers.
Tijdens het congres van het pedagogenplatform op 11 oktober jl. was overduidelijk dat juist de opleiding en het niveau van opleiding een grote zorg is voor de pedagogen in de kinderopvang. Des te meer reden om opleidingseisen en functie-eisen wel expliciet te noemen.
Het platform vindt een kindgerichte opleiding op minimaal MBO niveau een vereiste. Mogelijk zijn er voor specifieke situaties ook ander opleidingen geschikt, zoals creatieve, culturele, kunstzinnige en sportopleidingen voor NSO. Deze worden naar ons idee dan aangevuld met een kindgerichte (eventueel in-service) opleiding. Daarbij moet worden opgemerkt dat ook in de huidige opleiding meer aandacht nodig is voor specifieke kinderopvang competenties.
Open deuren beleid
Het open deuren beleid is zeer actueel. Het is dan ook goed dat deze vorm van werken in het convenant genoemd staat. De reden die echter wordt aangegeven; ‘de aanbieder heeft een zekere flexibiliteit nodig’, is volgens het pedagogen platform geen juiste, indien dit is bedoeld als bedrijfstechnisch doel. Open deuren beleid is een pedagogisch middel, dat verwijst naar een pedagogisch onderbouwde werkwijze. Daarbij kan het gaan om vergroten van de uitdaging voor kinderen die daaraan toe zijn. Bij open deuren beleid is het belangrijk om duidelijk te beschrijven op welke wijze de groepsleiding verantwoordelijk is voor de (groeps)kinderen. Open deuren beleid is nog een betrekkelijk nieuw fenomeen in de kinderopvang en het verder ontwikkelen en evalueren hiervan is van belang voor het inzicht in de effecten van dergelijke processen op kinderen, en zou om deze reden ook opgenomen moeten zijn in het pedagogisch beleid.
Uren op de groep
In het convenant staat aangegeven dat het mogelijk is om gedurende drie niet aaneengesloten uren minder beroepskrachten in te zetten. Het platform heeft al vragen bij de oude regeling, die beschrijft dat het eerste en het laatste uur van de dag groepsleiding alleen op de groep mag staan. Dit is ontstaan in de tijd dat ouders nog niet op zo grote schaal werkten en er het eerste en het laatste uur van de dag nog maar weinig kinderen aanwezig waren. Daarmee voldeed dus die ene leidster op de groep wel aan de leidster/kind ratio. De regeling zoals nu in het convenant staat omschreven, biedt zoveel ruimte dat, ten eerste: een leidster in haar eentje twee uur op een volle groep mag staan (dat is nooit de bedoeling geweest van de oude regeling) en dat ten tweede, daar nog wel een uurtje bij kan.
Dat valt moeilijk te rijmen met de huidige wetgeving, waarin de ouders belangrijker worden en groepsleiding dus meer en beter met ouders moet gaan communiceren. Tijdens het halen en brengen staat een leidster nu met een volle groep en moet dan ook nog de ouders te woord staan, kinderen opvangen die moeite hebben met het afscheid, en er zicht op houden dat de andere kinderen ook lekker spelen.
Ons inziens zou vanaf het eerste uur, ook als nog niet alle kinderen aanwezig zijn, groepsleiding samen op de groep moeten staan. Zodat de één de kinderen kan opvangen en het spelen op gang kan helpen, en de ander haar handen vrij heeft om de ouders te woord te staan. Als het brengen en halen erg gespreid plaats vindt, zou aan het begin en het eind van de dag wel minder groepsleiding aanwezig kunnen zijn, als nog slechts een derde deel van de groep aanwezig is. Tussen de middag, als een groot deel van de kinderen slaapt, zou dan met één groepsleidster volstaan kunnen worden (pauze, taakuren).
Zonder SMART kaders en in combinatie met een te weinig uitgewerkte regelgeving ten aanzien van het open deuren beleid zouden we ons anders op een hellend vlak begeven waarbij de leidster-kind ratio nog slechts een indicatie is in plaats van een richtlijn.
Tot slot
Het visiedocument van de MO groep ‘De kracht en de kaders van kinderopvang’ (september 2004) geeft de intentie aan om de kwaliteit verder te ontwikkelen. De grote discrepantie tussen de in dat stuk beschreven visie en realiteit van het convenant -denk bijvoorbeeld aan de adviesrol die ouders in het convenant hebben en de beoordelende rol die hen in het visiestuk toegekend wordt- is opvallend. Het zijn stukken die natuurlijk logischerwijs in het verlengde van elkaar moeten liggen en het geeft aan dat er de komende jaren nog een hele ontwikkeling op ons te wachten ligt in het gezamenlijk streven naar hoogwaardige kinderopvang in een zich ontwikkelende markt. Het pedagogenplatform heeft een aantal documenten in ontwikkeling die van waarde kunnen zijn voor de verdere ontwikkeling van het convenant.