Tekstballon

Kinderopvang voor inburgeraars

Auteur: Mieke van de Kop, pedagoog bij Kinderopvang Enschede en lid van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang.
Gepubliceerd in Management Kinderopvang van februari 2004.

Vraag een willekeurige inwoner van Nederland wat inburgeren is en hij zal zeggen dat het gaat om het proces waarin mensen met een andere culturele of religieuze achtergrond deel uit gaan maken van de Nederlandse cultuur en samenleving, en waarin zij inzicht vergaren in de gewoonten, taal, achtergronden en beweegredenen van de Nederlandse inwoners en dat zij participeren in het netwerk van sociale en arbeidsvoorzieningen.

De groep inburgeraars bestaat uit volwassenen en kinderen. Volwassenen worden geacht een inburgeringscursus te volgen. Maar hoe zit het met de kinderen? Worden zij in dit inburgeringsproces niet vergeten? Zou de kinderopvang niet iets kunnen en moeten betekenen voor de 'inburgering' van kinderen? Met die vraag in het achterhoofd onderzocht het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang de visie van de overheid op inburgering en de rol die de kinderopvang hierin zou kunnen spelen.

In de toelichting op de Wbk heeft de overheid haar visie geformuleerd op de rol van kinderopvang in de inburgering van nieuwkomers. Er staat: 'Gezien de bovengenoemde knelpunten en het belang van passende opvang voor inburgeraars die inburgeringscursussen moeten volgen, wordt voorgesteld kortdurende opvang voor een beperkte periode in een experimenteerregeling op te nemen. De experimentele periode kan worden gebruikt om te bezien wat de effecten van deze nieuwe vorm van opvang zijn op bijvoorbeeld de geboden kwaliteit. Naar verwachting kan voor kortdurende opvang met ruimere kwaliteitseisen een lagere vraagprijs worden berekend. Wel moet bij deze oplossing bedacht worden dat kortdurende opvang gezien kan worden als een vorm van tweederangsopvang.'

Terug naar de werkelijkheid van het inburgeren. Als Landelijk Pedagogenplatform hebben wij ons de volgende vragen gesteld: betekent deze passage in de toelichting op de wet dat kinderen van inburgeraars wel met minder kwaliteit toe kunnen dan een ander kind? Is het niet zo dat elk kind ongeacht zijn of haar situatie recht heeft op de beste zorg en kansen? En is het niet tegenstrijdig dat er in deze passage verondersteld wordt dat deze regeling tweederangsopvang biedt terwijl tegelijkertijd de noodzaak van onderzoek benadrukt wordt. Wij constateren dat, ongeacht wat dit eventuele onderzoek voor uitkomsten zal brengen, deze wettelijke voornemens binnenkort praktijk worden.

Tweederangs opvang

Het platform is van mening dat er van 'tweederangsopvang' of 'opvang van mindere kwaliteit' voor bepaalde doelgroepen geen sprake mag zijn. Inburgeren begint al in de wieg. Kinderen van nu zijn de volwassenen van de toekomst en zij hebben - ongeacht hun achtergrond - recht op dezelfde kwaliteit van opvoeding als ieder kind. Kinderopvang heeft een meerwaarde voor de opvoeding van jonge kinderen. Juist deze groep van inburgerende kinderen is gebaat bij een structurele mogelijkheid om regelmatig op een vaste plek met leeftijdsgenootjes te kunnen spelen en kennis te maken met de Nederlandse taal en gewoonten. Gewoon kind kunnen zijn en een vast punt in je leven hebben, dat zijn extra belangrijke voorwaarden voor een positieve ontwikkeling als je veel hebt meegemaakt en je hebt moeten verhuizen naar een vreemd land. Daarom is het juist voor kinderen van nieuwkomers belangrijk om vaste en vertrouwde leidsters, groepsgenootjes en een rijke pedagogische omgeving te hebben. Vanuit dit oogpunt verdient het de voorkeur om kinderen van inburgeraars op vaste dagen en in vaste groepen onder te brengen en niet tijdelijk op te vangen in een opvanggroepje op het ROC. Deze kinderen gaan na het afsluiten van het inburgeringstraject vaak weer terug naar de (geïsoleerde) thuissituatie of moeten verhuizen naar een ander kindercentrum vanwege werk, sociaal-medische indicatie of VVE-verwijzing door de jeugdarts. Terwijl stabiliteit en continuïteit juist zulke belangrijke factoren in de ontwikkeling van jonge kinderen zijn.

Ouders

Kinderopvang moet ook open staan voor de ouders. Ouders moeten kinderen kunnen helpen met wennen op de groepen en moeten ook zelf de gelegenheid hebben om te wennen aan de gang van zaken. Vaak beschikken ouders niet over allerlei vervoersmogelijkheden en dat maakt dat kinderopvang in de directe woonomgeving of in de directe schoolomgeving de voorkeur verdient.

Een goed evenwichtig spreidingsbeleid van de kinderopvangvoorzieningen is daarbij van groot belang. Deels bieden de brede scholen een uitkomst maar mogelijkerwijs kunnen ondernemers in de kinderopvang en de ROC's de handen ineenslaan. Uitgangspunt zou moeten zijn dat het kinderdagverblijf een gemengd kinderdagverblijf is, een kinderdagverblijf waarin de kinderen een afspiegeling vormen van de samenleving; zodat ze van elkaar leren, met elkaar spelen en diversiteit als een vanzelfsprekendheid ervaren. Want hebben we het dan niet over inburgeren?

Alles pleit ervoor om kinderopvang voor de inburgeringskinderen aan de kwaliteitseisen van kinderopvang te laten voldoen. Opgeleide leidsters en niet te veel kinderen per leidster zijn noodzakelijk voor het wennen, voor een goed contact en voor het leren van de taal. Ook het contact met ouders vergt extra inzet en aandacht van de leidster. De leidster/kindratio mag dus niet hoger zijn dan gebruikelijk in de kinderopvang. Voldoende ruimte, middelen en materialen zijn juist voor deze kinderen, die vaak lang in kleine en niet op kinderen ingestelde woningen (asielzoekerscentra) hebben moeten verblijven, van groot belang. Een buitenruimte is noodzakelijk, juist voor kinderen die vaak al weinig buitenkomen en in wijken wonen waar weinig speelruimte is voor kinderen.

Daarnaast heeft de kinderopvang ook een functie in opvoedingsvoorlichting en opvoedingsondersteuning. De nieuwkomerouders hebben dan de mogelijkheid om op een laagdrempelige en natuurlijke wijze vragen te stellen over opvoeding in Nederland, en het gesprek daarover aan te gaan met leidsters en andere ouders.

Inburgeraars in de kinderopvang is maar één van de kleuren in het spectrum van de doelgroepen in de kinderopvang. Er zijn meer kinderen die kinderopvang als pedagogische setting en in de vorm van extra ondersteuning en aandacht nodig hebben. Er zijn kinderen van migranten, kinderen uit een problematische gezinssituatie, kinderen met een ontwikkelingsachterstand, kinderen met een handicap, kortom veel kinderen voor wie je uit preventieve overwegingen opvang in een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal zou willen bieden. Het is belangrijk dat deze kinderen toegang blijven krijgen tot kinderopvang, ook onder de nieuwe Wbk. Ik hoop dat de Wbk uiteindelijk een echte basisvoorziening kan zijn voor alle kinderen en ouders die dat nodig hebben. Als Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang hebben wij daar wel ideeën over. Eerlijkheidshalve moet erbij gezegd worden dat Janneke Plantinga ons op het goede been zette met haar pleidooi voor kinderopvang als opvangvoorziening waar alle kinderen terecht kunnen voor vier dagdelen per week. Ouders die behoefte hebben aan meer opvang, kunnen dat naar behoefte zelf aankopen. We dagen de overheid uit om te onderzoeken of alle geldelijke stromen voor VVE, kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en opvoedingsondersteuning niet beter gebundeld kunnen worden zodat alle kinderen in de toekomst gebruik kunnen maken van kinderopvang. Laten we er met zijn allen voor blijven waken dat ieder kind krijgt wat hem toekomt en hem het recht geven op een goede, kwalitatieve basisvoorziening.