Alle kinderen toetsen op taal?
Auteurs: Kok van der Meer (Kinderopvang DAK), Marieke Bosma (2 Samen), Eline Kramer (SKSG), Monique Velthoen (B4Kids), Ans Christiaens (K2), allen lid van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang. Dit artikel is eerder gepubliceerd in het tijdschrift Management Kinderopvang van maart 2007.
Alle kinderen toetsen op taal en dan verplicht naar de kinderopvang. De politiek profileert zich erop en de VVE hoopt ervan te profiteren. En wij kinderopvangpedagogen verbazen ons. Het grote aantal reacties dat we op dit onderwerp ontvingen van de achterbanleden toont wel dat het onderwerp leeft.
Intussen constateren we dat de discussie wel wat is vertroebeld. Want waar gaat het over: We hebben het over taalontwikkelingsstoornissen, al dan niet vermeende taalachterstand en meertalige ontwikkeling. Dat zijn verschillende zaken.
Taaltoets voor alle peuters, helpt dat?
De tweede kamer pleit voor het toetsen van alle peuters op taalontwikkeling. Peuters die onvoldoende scoren, zouden dan verplicht een voorschool of een kindercentrum moeten bezoeken. Niet helemaal duidelijk is waar ze dan onvoldoende op moeten scoren. Gaat het om kinderen met een taalachterstand, om meertalige kinderen met een nog kleine Nederlandstalige ontwikkeling, of om taalontwikkelingsstoornissen?
Ontwikkelingspsychologen, pedagogen en taalkundigen zetten vraagtekens bij de betrouwbaarheid en plaatsen kanttekeningen bij de voorspellende waarde van toetsen bij peuters. Kinderen ontwikkelen zich op die jonge leeftijd nog sprongsgewijs en heel verschillend. Het is dan wat wonderlijk om toch kinderen op basis van zo’n toets tot een peuterspeelzaal of voorschool te verplichten.
Vroegtijdige onderkenning is nodig.
De Erasmusuniversiteit heeft onderzoek gedaan naar de onderkenning van taalontwikkelingsstoornissen(1). Alle kinderen zouden daartoe op de consultatiebureaus moeten worden gescreend en bij een stoornis moeten worden doorverwezen naar een audiologisch centrum voor diagnostisch onderzoek, waarbij wordt gekeken naar gehoor, taalproductie en –begrip, cognitieve ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ouders krijgen advies over hoe ze de taal van hun kind kunnen stimuleren. Door een vroegtijdige onderkenning van de stoornissen door consultatiebureaus en daarop volgende behandeling kan de toestroom naar het speciaal onderwijs met 30 % per jaar worden verminderd, concludeert men uit het onderzoek. De onderzoekers van de Erasmusuniversiteit beschouwen de taalontwikkeling als signaal voor mogelijke andere ontwikkelingsstoornissen. Ze deden diagnostisch onderzoek naar taal bij jonge kinderen en er volgde behandeling alleen als dat nodig bleek te zijn. Dat is al een genuanceerder benadering dan het verplichte speelzaalbezoek.
Taaltoets of totaaltoets?
Wat is het belang van de taaltoetsen. Natuurlijk bedoelen de kamerleden het goed. We willen niet dat kinderen met een achterstand het basisonderwijs binnenkomen. Dat verkleint de kansen van die kinderen op een goede toekomst. Want taalontwikkeling is essentieel voor de rest van het schoolse leren en voldoende taalvaardigheid voor het functioneren in de samenleving.
Intussen zijn we het er wel over eens dat kindercentra een toegevoegde waarde hebben. Niet alleen voor de taalontwikkeling, maar ook en vooral voor de totaalontwikkeling. Voor een gezonde ontwikkeling is taal niet de eerste voorwaarde. Kinderen hebben een aangeboren drang tot ontwikkelen. Voorwaarde is dat zij zich veilig voelen, vertrouwen hebben in zichzelf en in hun omgeving. Als die omgeving dan voldoende inspiratie biedt, kunnen kinderen zich ontwikkelen en leren ze. Kinderen leren totaal, met al hun competenties. Motoriek, denken, zintuigen, en taal, ze doen bij het kind allemaal mee in het ontwikkelproces.
Zo bekeken zijn we er dus niet met een taaltoets, maar moeten we alle kinderen veel eerder toetsen op (emotionele) veiligheid en (zelf)vertrouwen. motoriek en beweging, sociale vaardigheden. Een kind dat taalvaardig is maar onzeker en sociaal stuntelig redt het ook niet op school en loopt ook een aardige kans op problemen.
Toetsen of volgen
Dan hebben we het probleem van het toetsen. Een van onze achterbanleden maakt in haar reactie onderscheid tussen ‘toetsen’ en ‘volgen’. Toetsen, zegt zij, is een momentopname met een grote kans op fouten. In kindercentra gaan groepsleiding en kinderen voortdurend en voor langere tijd met elkaar om. Zij kennen en vertrouwen elkaar. Kwalitatief goede groepsleiding die veel met de kinderen communiceert, volgt hun ontwikkeling en signaleert wanneer de taal- of spraakontwikkeling niet goed verloopt. Voor al die kinderen die naar kindercentra gaan, zou dus de screening door het consultatiebureau niet nodig moeten zijn. Groepsleiding kan niet diagnostiseren maar kan die kinderen waarbij zij twijfelt, doorverwijzen voor nader onderzoek, net als na het consultatiebureau onderzoek. Op deze manier hebben we, als we de peuterspeelgroepen meetellen, 75% van de driejarige kinderen in beeld. .
Voor de 25% kinderen die nog geen kindercentrum bezoekt. zouden consultatiebureaus een actieve rol kunnen vervullen. Tenzij ook die laatste 25% kan worden verleid om naar het kindercentrum te komen.
Groepsleiding toegerust?
Je kunt je nog afvragen of de kwaliteit van groepsleiding in kindercentra voldoende is en of groepsleiding (taal)ontwikkelingsproblemen inderdaad zal signaleren. Er zijn bijvoorbeeld nog steeds peuterspeelzalen met ongediplomeerde leidsters. In de nieuwe verordening van de gemeente Den Haag bijvoorbeeld worden 3 niveaus van peuterspeelzalen onderscheiden, waarvan pas op niveau 2 sprake is van signalering (niveau 1 is ontmoeting, niveau 3 impliceert ook stimulering). Maar als de harmonisatie van de regelgeving volgens het regeeraccoord inhoudt dat alle kinderopvang moet werken aan de competenties van kinderen, dan zal dat laagste speelzaalniveau ook moeten stijgen. Als groepsleiding aan competenties werkt, onderkent ze achterstanden en stoornissen.
Meertaligheid op zich is geen probleem
Vervolgens hebben we de groep meertaligen. Een laag taalaanbod in de thuissituatie kan resulteren in een achterstand in de thuistaal. En echte tweetaligheid maakt de meeste kans als beide talen zo jong mogelijk worden aangeboden. Maar kinderen die in de eerste jaren van hun leven met een rijke thuistaal te maken krijgen, zijn heel goed in staat om in de basisschoolleeftijd snel een tweede taal erbij te leren.
Lastig voor de leerkracht, als je in groep een zo’n stel kinderen hebt die je niet begrijpen. Vervelend voor die kinderen ook, nieuw komen in een school en dan ook nog eens niet verstaan wat ze tegen je zeggen. Maar ze hebben geen taalachterstand, ze moeten alleen nog Nederlands leren.
Spelen in een kindercentrum: een recht voor alle kinderen
Dan maar niet naar het kindercentrum? Natuurlijk wel! Maar niet vanwege al dan niet een taalachterstand. In het kindercentrum vinden kinderen niet alleen een ‘taalbad’ maar ook een hoop inspiratie en uitdaging, door de ruimte, de materialen, door de andere kinderen en door de groepsleiding. Daarvan worden ze steviger, competenter, ontwikkelen ze zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. Dat zijn de voorwaarden voor het (taal) leren, het zijn ook de voorwaarden voor het andere schoolse leren. Dat is goed voor alle kinderen.
In plaats van alle kinderen te screenen, te toetsen en de peuters die ‘zakken’ voor ‘straf’ naar de voorschool te sturen, bepleiten wij:
Verlaag de drempel voor kinderopvang (ook peuterspeelzalen), zodat alle kinderen worden verleid om te komen en van de stimulansen van de kindercentra kunnen profiteren.
Maar dan is het wel de verantwoordelijkheid van de kinderopvang (en peuterspeelzaal)instellingen om te investeren in groepsleiding zodat zij de kinderen met een vermoeden van ontwikkelingsproblemen ‘eruit halen’ en kunnen doorverwijzen voor nadere screening bij het consultatiebureau of direct bij het audiologisch centrum.
Voetnoot:
1: eindrapport ‘Vroegtijdige onderkenning taalontwikkeilngsstoornissen 0-3 jaar’ , Erasmusuniversiteit Rotterdam en Radbout Universiteit Nijmegen, oktober 2005.
Dit artikel kwam tot stand met behulp van de bijdragen van vele achterbanleden van het Platform