Tekstballon

Alle kinderen hebben recht op kwaliteit

Auteur: Kok van der Meer, voorzitter van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang.
Gepubliceerd in Management Kinderopvang van februari 2004.

We hebben er in dit land met zijn allen voor gekozen om op grote schaal veel kinderen voor een deel van hun tijd in dagverblijven te laten opgroeien. Het is een hele prestatie dat de sector in een periode van verdriedubbeling van de capaciteit oog heeft gehouden voor de ontwikkeling van pedagogische kwaliteit.

Ook voormalig staatssecretaris mevrouw Vliegenthart zag het belang ervan in om in de Wet basisvoorziening kinderopvang (Wbk) tenminste íets over de pedagogische kwaliteit vast te leggen. Het ziet ernaar uit dat in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) van de pedagogische criteria in de Wbk weinig zal worden uitgewerkt. Daarmee geeft de Wbk straks echt het minimumniveau van pedagogische kwaliteit aan. Overigens worden we langzamerhand wel nieuwsgierig naar de geheime inhoud van die AMvB, die wordt gekoesterd als een Sinterklaassurprise.

Een onsje minder

Ingegeven door alarmkreten over de kostprijs, wordt de laatste tijd de vraag naar de noodzaak van kwaliteit in de kinderopvang weer gesteld. Of het niet een onsje minder kan. In de dagopvang zijn kinderen vaak acht uur per dag aanwezig, zo'n drie dagen per week. Een minderheid komt vijf dagen per week. In de grote steden zijn deze vijf-dagen-kinderen vaak kinderen van laag opgeleide ouders en ouders die problemen hebben. Zij brengen veel tijd door in een kinderdagverblijf, juist in de periode in hun leven dat ze het meeste leren.

Die eerste vier jaren van een kinderleven zijn niet alleen belangrijk voor de cognitieve ontwikkeling. De impact op de sociale ontwikkeling, de identiteitsontwikkeling, het zelfbeeld, karaktervorming, is enorm. En dit zijn de kinderen die over 20 jaar onze samenleving vorm zullen geven... (Klein) Kapitaal van de toekomst. We zullen dan ook met zijn allen de verantwoordelijkheid moeten nemen voor een hoge kwaliteit.

Van groepsleiding wordt steeds meer verwacht. Groepsleiding moet de ontwikkeling van kinderen kunnen begeleiden, observeren en beoordelen. Groepsleiding moet vroegtijdige ontwikkelingsproblemen kunnen onderkennen. En groepsleiding moet verschillende groepen ouders op een 'passende' manier kunnen benaderen: de ene groep ouders verwacht vooral samenwerking en informatie over pedagogisch beleid, een andere groep vraagt van groepsleiding een zekere mate van opvoedingsondersteuning. Over de wenselijkheid van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) in kinderopvang valt te discussiëren, maar vast staat dat groepsleiding bij alle kinderen 'eruit moet halen wat erin zit'.

Anderhalf jaar geleden leefde dankzij het onderzoeksrapport van Jay Belsky in de Verenigde Staten de discussie weer op over het effect van kinderopvang op het gedrag van kinderen op de lange termijn. De tijd dat we in Nederland ons moesten verdedigen als we vertelden dat we in de kinderopvang werkten, ligt nog helemaal niet zo ver achter ons. Inmiddels is kinderopvang in Nederland algemeen aanvaard. Dat is mede te danken aan de pedagogische kwaliteit, de aandacht die de kinderopvang in het algemeen uitstraalt voor het welzijn van kinderen. Volgens degenen die er werken, is de kwaliteit die we nu behalen 'goed genoeg, maar houdt niet over' (een uitspraak genoteerd tijdens het pedagogisch debat op de Kindvak 2002). Goed genoeg, daar heeft ieder kind minimaal recht op. Daar moet je dus niks meer vanaf knabbelen. Doe je dat toch, dan gaan we terug naar de discussies van de jaren zeventig. Dan gaan we (ook wij kinderopvangpedagogen) ons weer afvragen of het wel goed is, al die kinderen hele dagen naar kinderdagverblijven.

Aanrecht

We hebben ons platform opgericht om de pedagogiek binnen de kinderopvang in beeld te houden en de ontwikkeling ervan verder te stimuleren. Immers in deze tijd van snelle uitbreiding, economische recessie en straks de invoering van de Wbk zullen de instellingen alle zeilen bij moeten zetten om bedrijfsmatig het hoofd boven water te houden. Ouders zullen nog prijsbewuster worden en de bedoeling van de wet is dat we meer gaan concurreren. Maar daarbij is het natuurlijk wel zaak dat je als branche blijft voortbestaan. Bij verlaagde kwaliteit zal de acceptatie van kinderopvang teruglopen, worden de kinderen weer thuis gehouden en kunnen de ouders weer achter het aanrecht (ik stel overigens voor dat deze keer de heren gaan). Elkaar uit de markt prijzen kan dan als uiteindelijk resultaat hebben dat we de hele branche weer ter discussie stellen. Hebben we het niet over kinderopvang? Is dan de pedagogische kwaliteit niet je core-business?

Laten we de zaak eens van binnenuit bekijken: In Nederland hebben we rechten. Kinderopvang is ontstaan vanuit de idee dat ouders recht hebben op ontplooiing, op arbeid. Maar ook vanuit de idee dat kinderen recht hebben op een harmonische jeugd en een stimulerende omgeving. In ieder geval in de grote steden heeft de kinderopvang haar wortels voor een heel groot deel in de 'sociale indicatie'. Het pedagogenplatform heeft naar aanleiding van de discussie van anderhalf jaar geleden, kwaliteitsnormen voor babyopvang geformuleerd in termen van de rechten van baby's. Baby's hebben recht op tegemoetkoming aan lichamelijke behoeften, op geborgenheid, affectie, waardering en continuïteit, en op ontwikkeling van competenties. Als we de Wbk volgen, hebben alle kinderen in de kinderopvang recht op emotionele veiligheid, ontwikkeling van sociale en persoonlijke competenties en op opvoeding in normen en waarden. Om dat te kunnen bieden aan een groep van negen (baby's) tot twintig (BSO) kinderen, moet je als beroepsopvoeder van goeden huize komen. De behaalde kwaliteit is redelijk, maar willen we bovengestelde doelen serieus nemen, dan moet er in de kinderopvang nog heel wat gebeuren.

Opvoeders hebben ook rechten. Zij willen hun werk zo goed mogelijk doen. Alle opvoeders hebben behoefte aan uitwisseling, veel opvoeders hebben behoefte aan ondersteuning. Kinderopvang is juist ook zo belangrijk, omdat het ouders de gelegenheid biedt om de opvoeding te delen. Maar ook groepsleiding heeft het nodig om over de opvoeding van kinderen die niet eens eigen kinderen zijn, ervaringen te kunnen uitwisselen. Zij hebben recht op ondersteuning en begeleiding.

Dit alles in beschouwing genomen is ons huidige voorzieningenniveau nog maar matig. Als we Marianne Riksen volgen, dan zou de leidster/kindratio in de babyopvang nog omlaag moeten naar twee leidsters op zes kinderen. Om het bedoelde kwaliteitsniveau te halen, zijn er in het land slechts een paar instellingen met een behoorlijk team van pedagogen. Het is eerder gebruikelijk dat voor het ontwikkelen van het pedagogische beleid één pedagoog een instelling met vijfhonderd of meer leidsters moet bedienen. En dat in een branche waarvan pedagogische kwaliteit de corebusiness is...

Ik stel voor dat we als branche vrolijk met elkaar gaan concurreren, maar wel afspreken dat we het recht van kinderen op een optimale omgeving respecteren. Want dat recht hebben alle kinderen, ook die van ouders vanwie de werkgever zich niet van die hoge salarissen kan permitteren... leidsters in de kinderopvang bijvoorbeeld.