Tekstballon

Adviezen ten aanzien van het inspectieprotocol

Datum: 2 oktober 2003.

1. Het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang concentreert haar advies op de inspectie van de pedagogische kwaliteit binnen het domein pedagogiek en ouderbetrokkenheid. Zij heeft (nog) niet gekeken naar het inspectieprotocol voor ouderbetrokkenheid. Onder pedagogische kwaliteit valt de kwaliteit van werken met de kinderen en de ouders en de aanwezigheid van een pedagogisch beleidsplan of -werkplan.

2. Het Landelijk Pedagogenplatform vindt controle van de feitelijke pedagogische kwaliteit in de groepen en de controle op de aanwezigheid van een pedagogisch beleidsplan of - werkplan door een externe instantie belangrijk.

3. Een inspecteur heeft voldoende niveau aan vooropleiding, inzicht in kinderen en ervaring in of met kinderopvang. Inspecteurs krijgen bijscholing op pedagogisch terrein om een beoordeling van de feitelijke pedagogische kwaliteit in de kinderopvang te geven. Onder deze voorwaarden kan elke inspecteur leren om pedagogische kwaliteit te observeren. Wat betreft de functie eisen adviseren wij:

  • vooropleiding op HBO niveau
  • pedagogische gerichte vooropleiding of bijscholingscursus pedagogiek
  • ruime werkervaring in of bekendheid met het werk van de kinderopvang.
  • jaarlijkse opfriscursus, o.a. over nieuwe pedagogische ontwikkelingen in dekinderopvang.

4. Belangrijk uitgangspunt bij de beoordeling van pedagogische kwaliteit is het spanningsveld tussen veiligheid en uitdaging. Bij de beoordeling van pedagogische kwaliteit is het onderzoeken van het pedagogisch handelen in verband met de veiligheid en hygiëne een voor de hand liggende zaak. Een belangrijk aandachtspunt voor de platformleden vormt de ontdekkende en onderzoekende manier waarop jonge kinderen de wereld verkennen. Een natuurlijke en noodzakelijke behoefte van kinderen om zich voorspoedig te ontwikkelen. Een kind heeft recht op een veilige omgeving maar evenzeer recht om te leren om met risico´s om te gaan. Het Landelijk Pedagogenplatform adviseert dit uitgangspunt in de inleiding behorende bij het protocol op te nemen.

5. Het gaat bij inspectie om het aanwijzen van kinderopvang van onvoldoende pedagogische kwaliteit. Dat wil zeggen dat het inspectiesysteem gericht is op uitsluitend onderkennen van onvoldoende kwaliteit en niet om verdere verfijningen tussen voldoende, goede of zeer goede kwaliteit. Bij de procedure voor de controle op kwaliteit stelt het Landelijk Pedagogenplatform een tweetraps-systeem voor. Globale check en een observatie:

Globale check: een eerste globale indruk in de groep op enkele kernaspecten van pedagogische kwaliteit aan de hand van een door alle inspecteurs gebruikte checklist. Deze check op pedagogische kwaliteit kan naar onze ervaring in 10 minuten plaatsvinden, mits het een inspecteur betreft met veel pedagogisch inhoudelijke ervaring en kennis.

Observatie: bij twijfel aan de uitslag van de globale check het uitvoeren van een observatie in de groep aan de hand van een gevalideerd instrument. De observatie kan bij een negatieve uitslag na enige tijd herhaald worden.

Indien de uitslag negatief is wordt de gemeente gerapporteerd. Om tot sluiting over te gaan zou de gemeente o.i. een second opinion kunnen aanvragen bij een onafhankelijk bureau.

Het lijkt zinvol wanneer een instrument voor een globale check en de mogelijkheden van andere instrumenten in de pilotfase worden getest.

Het Landelijk Pedagogenplatform is van mening dat het voorliggende instrument detaillistisch en uitgebreid is. Het Landelijk Pedagogenplatform betreurt het dat de keuze niet is gevallen op al bestaande instrumenten, die als observatie instrumenten binnen de kinderopvang gebruikt worden. Deze instrumenten zouden aangepast kunnen worden op het doel van de inspectie, het meten van onvoldoende pedagogische kwaliteit. In de pilot fase zal moeten blijken of het instrument meet wat het daadwerkelijk moet meten.

6. Het instrument zou aan het volgende moeten voldoen:

  • Erop gericht om de doelstelling van de inspectie te realiseren
  • de kernitems bevatten voor pedagogische kwaliteit. Om dit vast te stellen kan het oordeel van pedagogen uit de praktijk en van relevant wetenschappelijk onderzoek betrokken worden
  • gevalideerd worden aan expertoordelen van pedagogen uit de praktijk
  • de normen zijn helder beschreven en worden regelmatig opnieuw geijkt op basis van praktijkervaring en nieuwe ontwikkelingen in de kinderopvang
  • Inspecteurs krijgen een training in het gebruik van het instrument en er wordt een interbeoordelaars-betrouwbaarheidsonderzoek gedaan met behulp van proefobservaties en videomateriaal
  • de inspecteurs volgen regelmatig opfriscursussen over o.a. nieuwe ontwikkelingen

7. Voordat een protocol en normering gemaakt worden op basis waarvan uit naam van de overheid wordt geïnspecteerd, is het belangrijk dat eerst de wettelijke kwaliteitscriteria zijn vastgelegd. Deze zijn echter nog niet vastgesteld, er is nog geen nieuwe AmvB (algemene maatregel van bestuur). De volgorde waarin het protocol nu tot stand komt leidt tot discussie over de normen waaraan voldaan moet worden. Dit heeft een negatieve invloed op de ontwikkeling van het protocol.

8. Het Landelijk Pedagogenplatform levert vanuit haar expertise graag een bijdrage aan de normering van onvoldoende pedagogische kwaliteit en het aanpassen van instrumenten voor de inspectie van pedagogische kwaliteit.