Tekstballon

Aan de slag met het Pedagogisch kader

Auteur: Katja Meertens

Nieuw pedagogisch beleid inbrengen bij het kindercentrum is leuk, maar hoe zorg je ervoor dat alle medewerkers er enthousiast en blijvend mee aan de slag gaan? Een stappenplan hoe je (delen van) het Pedagogisch kader implementeert in de organisatie helpt hierbij.

Locatiemanager Sandra merkt dat de kinderen van kinderdagverblijf Berend Botje te weinig bewegen. De pedagogisch medewerkers zijn geneigd met de kinderen aan tafel te zitten en te knutselen, voor te lezen en te zingen, maar stimuleren minder de grove motoriek: ze zetten niet zo snel een dansmuziekje op en blijven – zeker in de koude maanden – liever binnen. Dat moet volgens Sandra veranderen, om problemen met zwaarlijvigheid of motorische achterstanden voor te zijn. Bovendien vindt ze het een belangrijke stap in de kwaliteitsverbetering van haar opvangorganisatie.

Ze heeft in het boek Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar (zie kader) gelezen hoe belangrijk bewegen is en ze ziet er ook aandachtspunten in over een gezonde leefstijl. Die aandachtspunten zou ze graag invoeren. Hoe gaat ze dit aanpakken? ‘Begin bovenaan’, zegt pedagoge Clarine de Leve, lid van het landelijk pedagogenplatform kinderopvang en werkzaam bij Vyvoj, bureau voor onderzoek en projectmanagement in o.a. de kinderopvang. ‘Zorg dat de directie weet wat je gaat doen en je ondersteunt. Je bespreek met elkaar het Pedagogisch kader en kiest voor de speerpunten binnen je eigen organisatie. In dit geval gezonde leefstijl en bewegen.’ De Leve beschreef samen met Liesbeth Schreuder, tevens lid van het Pedagogenplatform en werkzaam bij het Nederlands Jeugd Instituut (NJi) in een artikel hoe implementatie in zijn werk gaat. Deze inzichten presenteerden zij op het vijfde congres van het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang.

Om de directie te overtuigen van het nut van een gezonde leefstijl, is het handig als Sandra een implementatieplan maakt waarin de noodzaak voor deze verandering wordt beschreven. Ze schrijft daarin wat de voordelen voor de organisatie zijn, welke problemen er mee worden opgelost, welke verbeteringen het gaat opleveren, of er draagvlak is bij de pedagogisch medewerkers en de ouders en wat er in de werkwijze of randvoorwaarden moet veranderen om de vernieuwing in te voeren. Ook kijkt ze naar de haalbaarheid van het plan. Hoe past meer bewegen structureel in het dagprogramma, vraagt het om extra ondersteuning en van wie en hoe wordt iedereen geïnformeerd en betrokken?

‘Als je een gezonde leefstijl implementeert in je organisatie, heeft dat invloed op alle beleidsterreinen’, zegt De Leve. ‘Je borgt de vernieuwing door ook het inkoopbeleid en personeelsbeleid erbij te betrekken. Bijvoorbeeld: je schaft geen frituurpan maar een sapcentrifuge aan, in het personeelsbeleid veranderen het profiel van de pedagogisch medewerker, de agenda van teamvergaderingen en functioneringsgesprekken. Misschien moet het informatieboekje voor ouders worden aangepast en de standaard inventarislijst van een groep? Bij opleidingstrajecten kies je voor een cursus beweegkriebels of buitenspelen.’

Let wel op dat zo’n cursus een vervolg krijgt. ‘Alleen een cursus volgen is geen implementatie’, zegt Liesbeth Schreuder. ‘Daar doe je kennis en vaardigheden op, maar een week na de cursus ben je al weer kwijt hoe je het geleerde in de praktijk toepast. Je moet dus regelmatig controleren of het gebruikt wordt en de problemen die in de weg staan, oplossen.’ Het is belangrijk om de vernieuwing onder de aandacht te houden bij de medewerkers, ouders en andere betrokkenen. Dat kan door regelmatig met ze te communiceren over de resultaten en ze actief te betrekken bij de invulling van het nieuwe beleid. Een vernieuwing werkt alleen als je hem zelf bedenkt.’

‘Het is een illusie te denken dat iedereen in de organisatie net zo enthousiast is als degene die een vernieuwing wil doorvoeren’, schrijven Schreuder en De Leve in hun artikel. Er zijn altijd voortrekkers en experimenteerders (15 procent), een groep aardige mensen die al snel bereid is mee te doen (35 procent), mensen die eerste willen zien en dan geloven en dus voorlopig afwachten (35 procent) en mensen die tegen zijn en tegen blijven (15 procent). ‘Alle rollen zijn belangrijk’, licht De Leve toe. ‘Kritische mensen heb je nodig om van te voren te kijken wat de knelpunten zijn, dus daar moet je goed naar luisteren. De mensen die het leuk vinden iets nieuws te beginnen, zet je op een pilot. De voortrekkers kunnen anderen inspireren binnen de organisatie.’

Warming-up

Om pedagogisch medewerkers mee te trekken in de vernieuwing, kan een enthousiaste presentatie wonderen doen. Sandra is van plan om de teamvergadering over meer bewegen op de groep te beginnen met een lichamelijke warming-up op vrolijke muziek. Dat ontspant, werkt op de lachspieren en de medewerkers zien en voelen wat beweging met hen – en straks de kinderen – doet. Daarna begint het serieuze deel van de vergadering, met een korte presentatie van het kader en kijken naar een video-opname van het buiten- en binnenspelen. De pedagogisch medewerkers spreken met elkaar af eens te noteren hoelang kinderen aan tafel op een stoeltje zitten en wat zij eraan kunnen doen om die tijd wat te verminderen.

De Leve geeft de tip om klein te beginnen. ‘Het moet aansluiten bij waar de organisatie en haar medewerkers al mee bezig zijn. Is de organisatie van Sandra al bezig met de herinrichting van de buitenspeelruimten van alle locaties, dan past aandacht voor meer bewegen hier goed bij. Maar wil de organisatie juist het komend jaar zich gaan bezinnen op de samenstelling van groepen of het beleid rond halen en brengen, dan kan de organisatie beter een ander onderdeel van het Pedagogisch kader aanpakken.’

Loopt een (deel van) een project succesvol ten einde en is de implementatie volledig door het team opgenomen in het dagelijks werk, dan is er reden voor een feestje. Sandra wil graag de medewerkers op een sportief teamuitje in het bos te trakteren als beloning voor het goede werk. Haar volgende implementatieplan wordt ‘de natuur ontdekken’.

Aandachtspunten bij implementatie

Iedereen binnen de kinderopvangorganisatie moet zich bewust zijn van de noodzaak, het doel en het nut van het werken volgens het Pedagogisch kader. Ze zijn dan eerder bereid mee te werken en het Pedagogisch kader in hun werk toe te passen.

  • Zorg voor helderheid over de noodzaak, het doel en het nut van het werken volgens het Pedagogisch kader.

  • Vertel waar medewerkers terecht kunnen met vragen en problemen. Als medewerkers weten wie ze kunnen bellen, draagt dat bij aan een positieve houding en stokt de implementatie niet onnodig.

  • Communiceer herhaaldelijk over de vernieuwing naar de medewerkers, ook als het project al een tijdje loopt. Anders is de kans groot dat de vernieuwing naar de achtergrond verdwijnt. Laat zien waar je mee bezig bent, bijvoorbeeld via een poster op de muren.

  • Ken de behoeften en wensen van de medewerkers en stem je boodschap hierop af. Niet iedereen is zo enthousiast als jijzelf over het Pedagogisch kader.

  • Waardeer en beloon de pedagogisch medewerkers die succesvol met het Pedagogisch kader aan de slag zijn gegaan, bijvoorbeeld met een certificaat. Succesverhalen zijn inspirerend voor de medewerkers die nog niet betrokken zijn bij de implementatie.

  • Werk planmatig en evalueer regelmatig of de doelen bereikt worden. Laat het niet te snel los.

Dit zijn voorbeelden van aandachtspunten uit het artikel van de Leve en Schreuder over implementatie. Deze punten zijn o.a. gebaseerd op het onderzoek van bedrijfswetenschapper Bianca Breeuwsma voor bureau Vyvoj en op promotieonderzoek van Karin Stalls bij de Universiteit Utrecht.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het tijdschrift Management Kinderopvang, april/ mei 2009

Het Pedagogisch kader

Het Pedagogisch kader is een landelijk pedagogisch raamwerk voor de kinderopvang dat is opgesteld door het Landelijk Pedagogenplatform Kinderopvang onder leiding van Elly Singer en Loes Kleerekoper. Het idee voor een kader ontstond in het najaar van 2005 omdat een aantal pedagogen van kindercentra het nodig vond de krachten te bundelen en te laten zien welk pedagogisch werk wordt verricht in kindercentra. Eind januari werd het Pedagogisch kader gepresenteerd aan staatssecretaris Sharon Dijksma. Het Pedagogisch kader kan de groepsleiding inspireren en ondersteunen in hun pedagogisch werk.

Het Pedagogisch kader voor kindercentra 0-4 jaar van Elly Singer en Loes Kleerekoper is voor € 19,95 te bestellen via www.kinderopvangtotaal.nl.

Methodiek pedagogische aansturing

Radius Nederland heeft een methodiek ontwikkeld waarmee leidinggevenden gestructureerd (nieuw) pedagogisch beleid kunnen implementeren. Deze methode is gebaseerd op de kwaliteitscirkel van Deming en bestaat uit vier stappen: plannen, doen, controleren en beoordelen.

Stap één is je speerpunten te bepalen en te beschrijven hoe die er concreet uitzien. Stap twee is de pedagogisch medewerkers enthousiast maken met de speerpunten aan de slag te gaan. Dat kan door een presentatie tijdens een teamvergadering waarin je uitlegt wat de focus de komende tijd zal zijn en hoe de medewerkers die kunnen uitwerken. Stap 3 is het volgen en monitoren van de speerpunten: op formele momenten zoals tijdens teamvergaderingen, maar ook op informele momenten als je als teamleidster langsloopt en een pedagogisch medewerker complimenteert. De laatste stap is het resultaat beoordelen. Je kijkt met de pedagogisch medewerkers hoe zij met de speerpunten aan de slag zijn gegaan, wat ze daarbij zijn tegengekomen en of er resultaat is geboekt. Een positief resultaat wordt beloond met een feestje. Wil je met nieuwe speerpunten aan de gang, dan kom je weer terug bij stap 1 en is de cirkel van Deming weer rond.

Meer informatie: www.radiusnederland.nl (klik op methodiek).


Meer informatie? In het aprilnummer van Kinderopvang staat een artikel over de verschillende types pedagogisch medewerkers en hoe zij omgaan met vernieuwingen als het Pedagogisch kader. En verder: kijk op www.kinderopvangtotaal.nl (deze maand in de tijdschriften)